Een must voor Brussel

De Fietsersbond vroeg me om voor hun nieuwsbrief een korte column te schrijven over fietsen in Brussel. Hieronder vind je het resultaat.

Als je vaak in Brussel komt, of je woont er zoals ik, zal het je misschien niet verbazen: dit is na Milaan de meest dichtgeslibde stad van Europa. Het drukke autoverkeer heeft enorme implicaties op de gezondheid van Brusselaars, maar ook op de reistijd in de binnenstad. De fiets is voor beide problemen de ideale oplossing: wie fietst helpt zichzelf en andere Brusselaars aan een betere gezondheid en is meestal op de snelste manier van Schaarbeek naar Elsene.

Als fietser in Brussel voel ik me vaak erg klein. Fietsethiek zoals we die in Nederland kennen is er niet: auto’s rijden te snel, chauffeurs zien je vaak niet of gaan je in het ergste geval verbaal of fysiek te lijf.

Enerzijds speelt infrastructuur hierbij een grote rol, aangezien fietsers in Brussel meestal dezelfde weg moeten delen met automobilisten. Anderzijds moet die fietsethiek er écht komen vooraleer mensen het zadel op durven te springen. En dat doe je door drastisch in te grijpen. Steden die succesvol en modern willen zijn moeten de auto durven uitwuiven. De stad is aan de mensen.

Laat je intussen niet afschrikken. Dichtgeslibd of niet, de fiets is en blijft hét vervoersmiddel om een stad te ontdekken. Brussel pluis je uit door de ene straat omhoog te rijden, de andere straat naar links te draaien, en dan weer een park door, om uiteindelijk terecht te komen in een andere wereld die er zowel kan uitzien als een dorpje in de Provence maar evengoed als een hippe buurt in Berlijn.

Op je stadsfiets of mountainbike adem je, ruik je de stad. Op een Villo! of een Blue-bike zie je, beleef je de stad. Laten we Brussel tonen dat 'fietser' geen ideologisch geladen begrip is, maar een absolute must voor een betere toekomst.

'Doe iets aan lelijke Villo's en lege standplaatsen'

© Anja Galicia

© Anja Galicia

Naar aanleiding van de blog post die ik samen met mijn broer Ruben schreef voor Brussel Deze Week me om een opiniestuk te schrijven over Villo. Hieronder vindt je de volledige tekst terug. PS: we hebben trouwens nooit wat van JCDecaux gehoord, ook niet wanner we de taalfouten op hun website aangeduid hadden.

Enkele weken geleden stond in deze krant letterlijk te lezen dat het slechte weer Villo heel wat parten heeft gespeeld. Welnu, de weerman mag niet de schuld krijgen van een falend, maar potentieel sterk merk, vindt Kwinten Lambrecht, die heel wat suggesties voor het deelfietsensysteem heeft.

Ik moet op een afspraak zijn. De volgende bus is er pas over een kwartier en er is geen metrostation te bespeuren, zoals wel vaker in Brussel. Ik spring op een Villo deelfiets, maar dan begint het te regenen... Teleurgesteld parkeer ik de fiets en besluit te voet verder te gaan. “Eureka, het ideale scenario”, moeten ze bij Villo gedacht hebben, “laten we regenachtig België als hoofdreden geven voor het slabakkende gebruik van onze service.”

Fietsen is in Brussel de snelste manier om je te verplaatsen van A naar B. Met Villo hoef je je geen zorgen te maken over je fietsslot, en hoef je die verdomde heuvel niet meer op te sjokken achteraf. Deelfietsen wakkeren in vele steden een beweging aan die veel verder reikt dan enkel fietsen as such. Villo biedt inwoners een milieuvriendelijk alternatief dat er tevens voor zorgt dat publieke ruimte totaal anders wordt ervaren en genoten.

De slechte staat van de fietsen daarentegen is een vaak voorkomend probleem. Voor velen klinkt het waarschijnlijk niet onbekend in de oren dat er wel eens een pedaal afbreekt, een spatbord hapert, een zadel naar beneden schuift, een rem tegen het wiel blijft plakken. Na een slechte ervaring op weg naar bijvoorbeeld Kunst-Wet of het Park van Vorst weet je het wel: de volgende keer terug met het openbaar vervoer. À propos, je moet al Planckaert-kuiten hebben om met de Villo-tank een heuvel te trotseren. Daarom lijkt het aangewezen om ofwel de fietsen minder zwaar te maken, ofwel te experimenteren met semi-elektrische fietsen. Al blijft dat waarschijnlijk een toekomstdroom.

Stadssnelwegen
Data zijn het nieuwe goud, wordt door technerds van Google en Facebook geopperd. Gelijk hebben ze, door middel van data analyses kunnen problemen worden opgespoord en opgelost. De MIVB bijvoorbeeld analyseert het Mobib-gebruik op al haar lijnen om zo de voertuigfrequentie of het tijdsschema aan te passen. Bij Villo hebben ze dat nog niet zo goed begrepen. De Zuidmarkt, een evenement dat altijd op hetzelfde moment plaatsvindt, wordt overstelpt met deelfietsen tussen 8 en 14 uur. Iemand moet toch zien dat station Kunst-Wet leeg is (en blijft) op werkdagen vanaf 16 uur? Ook wanneer een station al een twee dagen leegstaat, wordt het dan geen tijd om het te hervullen?

De data van duizenden Villogebruikers, en hun routes, zijn gratis te raadplegen en toch slaagt men erin om er geen gebruik van te maken. Probeer Villo maar eens te bellen in het weekend of na de kantooruren wanneer je lek bent gereden in Ter Kamerenbos: computer says no. Ook de Facebookpagina, een medium waar meer en meer mensen gebruik van maken om gehoord te worden, was in augustus met vakantie, zo stond te lezen. Daar gaan als digital native mijn haren van rechtstaan.

Volgens Benjamin Barber, politicoloog en stadsonderzoeker, komen innovaties zoals deelfietsensystemen voort uit communicatie en niet zozeer op basis van wetgeving. Dit zou betekenen dat het Villo zo vrij straat om te ‘spieken’ bij andere steden en van de best practices te leren. Sinds de lancering van de New York Citi Bikes in 2013 is het concept een bloeiend succes. Maar ook dichter bij huis in Lyon, de stad die vaak vergeleken wordt met Brussel, ziet de situatie er helemaal anders uit. De fietsen zijn licht, het netwerk bereikbaar en het abonnement is geïntegreerd in de Lyon City Card, de toeristenpas van de stad. Ook al eens aan toeristen proberen uitleggen hoe Villo nu precies werkt? Well, actually…

Terwijl ze in Antwerpen nota bene op een wachtlijst moeten staan voor een ‘Velo’, stagneert het gebruik ervan in Brussel. Is Villo wel cool genoeg? Neen, de fietsen zien er niet hip uit. Dus moet je je als organisatie of/en Gewest afvragen hoe je meer mensen op de deelfiets krijgt. Brusselaars moeten fier zijn op de fiets waar ze op rijden. JCDecaux moet z’n stoute schoenen aantrekken door bijvoorbeeld een ontwerpwedstrijd te organiseren voor een hippe stadsfiets. Of waarom vragen we Bonom – de graffitikunstenaar - niet om bepaalde stations te voorzien van een knap laagje verf? Van positief vandalisme gesproken. Aan creativiteit geen gebrek in Brussel, en wat schoon is wordt bemind.

Uiteraard kan één organisatie alleen het Gewest niet doen fietsen. Brussel heeft een heuse infrastructuurachterstand opgelopen doorheen de jaren, door gebrekkige Gewestplanning maar ook door het njet van gemeentebesturen – zo getuigt de late introductie van Villo in een aantal ‘gegoede’ gemeenten. Voor heel wat inwoners is fietsen tout court geen optie, ze hebben schrik. Ikzelf ben ook bang; van de scheldpartijen, de optrekkende auto’s, de ongeduldige chauffeurs en de stadssnelwegen. Het Gewest heeft een heuse achterstand weg te werken op vlak van zachte mobiliteitsvoorzieningen en Villo kan hierbij een grote rol spelen.

Mobiliteit staat niet stil, mobiliteit doet een stad leven. Wanneer ook de deelfiets er de brui aan geeft, wordt Brussel een werkstad en geen leefstad. Dus, Villo, schouders recht, opgeheven hoofd en trappen maar.

Kwinten Lambrecht,
Brussel-Stad
www.lambyk.com

Waarom Villo! stagneert

Dat er niet genoeg fietsinfrastructuur is in Brussel, is al lang geen nieuws meer. Nu ook het gebruik van Villo! stagneert, zoals in Brussel Deze Week te lezen valt, moeten er enkele kanttekeningen gemaakt worden bij dit fenomeen. Het is al te gemakkelijk om het slechte weer de schuld te geven van een falend, maar potentieel sterk merk.

1. Kwaliteit van de fietsen: Villo! fietsen zijn zwaar en dat is vooral om heuvels op te rijden absoluut geen cadeau. Elektrische Villo! fietsen zouden hiervoor de oplossing kunnen bieden. Vaak hebben fietsen technische mankementen, zoals losse pedalen of een vastzittend achterwiel.

2. Dienstverlening: Villo! is moeilijk te contacteren. Wat bij problemen na 18u 's avonds of in het weekend?

Ook de communicatie verloopt vaak stroef. Hoewel er grote inspanningen geleverd worden om op sociale media actief te zijn, laat de kwaliteit van de website te wensen over. Wist je bijvoorbeeld dat je bij de activering van je abonnement drie tot zes manden gratis krijgt?! 

Ja, dit komt écht rechtstreeks van de Villo! website.

Ja, dit komt écht rechtstreeks van de Villo! website.

3. Het gebrek aan big data analyse: Villo! weet aan de hand van gebruikersgegevens welke stations het meest worden gebruikt en dewelke het volst zitten. En toch, station Kunst-Wet is elke dag leeg vanaf 16u. Ook de stations rond de Zuidmarkt zitten overvol op zondag, om maar enkele voorbeelden aan te halen.

4. Marketing: de fietsen zien er nu eenmaal saai uit. Waarom organiseert het Gewest (ism JCDecaux) bijvoorbeeld geen ontwerpwedstrijd voor de leukste Villo! behuizing? Of waarom vragen we geen belangrijke designer of kunstenaar om een model? Het moet cool zijn om met een Villo! te rijden.

5. Gebruiksvriendelijkheid: in Lyon, de stad die in het artikel als 'best practice' wordt vernoemd, is het deelfietssysteem geïntegreerd in de Lyon City Card. In de Brussels City Pass is dat niet het geval. En je hoeft het niet altijd zo ver te zoeken; eigenlijk zou een Villo! kaart ook in Gent of Antwerpen functioneel moeten zijn, en omgekeerd.

Blogpost in samenwerking met Ruben Lambrecht

Fietsen langs de Zuidfoor

De Zuidfoor is terug in Brussel, tot spijt van wie het benijdt (persoonlijk ben ik fan van de 'Splash', al viel die wat tegen). De foor zorgt voor heel wat extra verkeersdruk, dat gepaard gaat met een gewijzigde situatie op de Poincarélaan richting het Zuidstation. Op de laan werd namelijk één rijstrook weggenomen, waardoor parkeerplaatsen moesten sneuvelen en er een tijdelijk fietspad werd aangelegd op de parkeerstrook.

Brussels fietsmanager Frederik Depoortere kondigde deze maatregen aan op zijn professionele Facebook pagina:

Binnenkort gaat de Zuidkermis weer van start. Vanaf zaterdag 12 juli plaatsen de foorkramers hun woonwagens op de linkerrijstrook van de Poincarélaan en dit tot 27 augustus. Dat betekent dat er maar één rijstrook beschikbaar blijft. Om de mobiliteit en de veiligheid van alle weggebruikers te kunnen verzekeren, zal Brussel Mobiliteit de Poincarélaan tijdelijk herinrichten. Het fietspad wordt voor de duur van de kermis verplaatst naar dat weggedeelte waar zich momenteel de parkeerstrook bevindt. Het bestaande fietspad werd uitgefreesd op woensdag 9 juli. Bedoeling was onmiddellijk de markeringen van het tijdelijke fietspad aan te brengen, maar de onophoudelijke regen maakt dit onmogelijk. Fietsers moeten zich echter geen zorgen maken, donderdag 10 juli worden de tijdelijke verkeersborden geplaatst en zodra mogelijk wordt het fietspad gemarkeerd.

Nu, wat blijkt na amper één week Zuidfoor? Juist, het fietspad werd volledig ingepalmd door geparkeerde auto's. De plastiek blokken bedoeld om de afsluiting te vrijwaren werden weggehaald of verschoven. Dit maakt de situatie dubbel zo gevaarlijk op de Poincarélaan. Op zich valt de Stad Brussel en het Gewest niets te verwijten maar het is al te naïef om te verwachten dat iedereen zich zomaar bij deze beslissing zou neerleggen. Op een fietspad parkeren is uiterst strafbaar en de bevoegde diensten zouden dus alles in het werk moeten stellen om op deze stadssnelweg de veiligheid van zachte weggebruikers te vrijwaren.

Vervagende fietspaden

Je ziet het wel vaker in de straten van Brussel: fietspadmarkeringen die nog maar voor de helft zichtbaar zijn of doormidden zijn vervaagd

Eigenlijk denken we er niet veel verder over na maar an sich betekent dit dat deze plek om een afgescheiden fietspad  schreeuwt. Aangezien de fietspadmarkeringen weggereden zijn door voorbijzoevende auto's bestaat er een conflict tussen auto en fiets. Het is dan ook geen verrassing dat je op straten als deze wordt lastiggevallen door aanklampende auto's en toeterende chauffeurs.

Hopelijk houdt de volgende Brusselse regering hier rekening mee zodat de stad op een slimme en geen archaïsche (auto eerst) wordt ingericht. To be continued.

Foto: Scott Shaffer van Streets.mn

Foto: Scott Shaffer van Streets.mn

De stadssnelweg

(Ook verschenen in De Morgen en op Zeronaut)

Ze sterven. De fietsende kindjes, de overstekende voetgangers, de roekeloze chauffeurs. Vaak hebben ongevallen een gemeenschappelijke factor: snelheid, té snel.

Ik ben een fietser in Brussel, niet omdat ik me geen auto kan veroorloven maar gewoon omdat het zo sneller gaat, het zo beter is voor mijn longen en die van de stad en omdat er genoeg alternatieven zijn in de stad.

Snelheidsduivels

Als fietser en als stadsmens sta ik er telkens weer van versteld, voel ik opnieuw dat verslagene wanneer ik op een van de grotere avenues van Brussel rijd. Ik denk dan spontaan aan de Zuidlaan, Slachthuislaan, Anspachlaan of de Fonsnylaan. Als je op deze lanen fietst ben je letterlijk in levensgevaar, overal geldt een theoretische snelheidsbeperking van 50 tot zelfs 30 km/u maar de ervaring leert ons dat dit stadssnelwegen zijn. 

Het zijn lanen die, als ze niet worden opgeslorpt door eindeloze files, vooral naar de avond toe en in het weekend gebruikt worden als heuse circuits voor snelheidsduivels. De duiveltjes zoeven dan aan 70, 80 soms 90 kilometer per uur naast je stalen ros. Van de schrik neem je snel het voetpad.

Bruno De Lille, tot op heden nog steeds Staatssecretaris voor mobiliteit, antwoordde doodleuk en misschien wel naïef op een Tweet "waar mag je 70?". Als politici de problematiek van bange, gewonde en in de ergste gevallen zelfs stervende zwakke gebruikers niet onder ogen durven te zien, hoeveel is de stem van een simpele inwoner dan nog waard? Waar blijft de 'leefbaarheid' als Brusselaars worden geterroriseerd door auto's met respectloze en egoïstische bestuurders? 

Billboards

Het Belgisch Instituut Voor Verkeersveiligheid besteedt jaarlijks miljoenen aan billboards op de E40, de E19 en de A12, maar nergens zie je dergelijke posters nog in Brussel of Gent. Je verwacht dat ook niet meer in tijden waarin de helft van de totale wereldbevolking in steden woont. In theorie mag je in Brussel nergens een snelheidsduivel zijn en toch mag je in praktijk heel veel. Op de 'lanen des doods' is er welgeteld één flitspaal, en uiteraard kent iedereen die. Chauffeurs die in Leuven rijden weten dat ze op elke hoek van de straat op hun hoede moeten zijn, want heel de stad staat vol flitspalen. Mensen passen automatisch hun snelheid aan omdat Leuven erom gekend is je te flitsen waar je bij staat. In Brussel geeft de straffeloosheid op heel wat vlakken vleugels, the sky is the limit.

Drijfzand 

Je kan je afvragen welke politici gekant zouden zijn tegen de veiligheid van 'hun' burgers. Hoe is het te verantwoorden dat de dingen blijven zoals ze zijn, terwijl andere steden zo snel evolueren? Er is een groot draagvlak voor flitspalen en een repressiever beleid, dat bewees de 'Ik Flits Mee' campagne met meer dan 50 000 inzendingen. Waar loopt het mis? Is het de autolobby, zijn het de buurtbewoners die graag in het lawaai van brullende auto's leven, is er geen budget? 

"Het is Brussel en je moet het erbij nemen", ik wil dat niet meer horen. Laat deze stad die ooit op de oevers van een moeras werd gebouwd geen drijfzand worden voor zij die Brussel in hun hart dragen.