Bikes vs Cars screening (****)

"It's not a war, it's a city". Die slagzin blijft me bij na het zien van Bikes vs Cars. In de stad is zachte mobiliteit niet enkel 'bewegen' maar ook reageren, op je hoede zijn, frustratie hebben, als eerste denken. Steden staan onder enorme druk van gemotoriseerd verkeer, die vooral de afgelopen decennia een enorme vlucht gekregen heeft. De auto betekende vrijheid van 'beweging' en dat zullen we geweten hebben.

Nu we met mondjesmaat aan het terugkeren zijn op de idee dat alles makkelijk bereikbaar moet zijn op maat van de wagen barst de strijd tussen fiets en auto helemaal los. Beslissingen die nu genomen worden zullen de toekomst van steden voor tientallen jaren bepalen, we staan dus op een kantelpunt.

Van dat kantelpunt is in Bikes vs Cars nog geen sprake. De documentaire van Fredrik Gertten, die mede door crowdfunding via Kickstarter mogelijk gemaakt werd, schetst een zeer somber beeld van de stedelijke mobiliteit. De case studies zijn dan ook illustratief voor de manier waarop steden werden gebouwd en omgebouwd om de auto-expansie te omarmen. 

Over Los Angeles komen we bijvoorbeeld te weten dat de stad vroeger één van de best uitgebouwde publiek transportsystemen had. Dit veranderde wanneer General Motors de hele boel eigenhandig opkocht en beetje-bij-beetje het openbaar vervoer een halt toeriep. Ook een gigantische fietsbrug moest eraan geloven. In Toronto veegde voormalig Burgemeester en dorpsgek Rob Ford eigenhandig de fietspaden weg en in Sao Paulo sterft iedere week iemand op een fiets. Tussendoor wordt het contrast met Kopenhagen in de verf gezet, door de stad in beeld te brengen samen met een taxichauffeur, wat uiteraard heel leuke beelden en quotes oplevert. 

De docu is een bevestiging van de heersende strijd in de stad. Ze geeft ietwat te weinig maakbare oplossingen, want eerlijk, Kopenhagen halen we nooit meer in, maar Gertten slaagt er wel in om de huidige situatie op een 'eye-opening' manier in beeld te brengen: de auto-supprematie, lobbying, gekke politici en de politieke moed die ontbreekt, niet het geld of de middelen... 

Afsluiten doe ik graag met "You own a car, not the street"

Ride on! 

Markt of stenen woestijn? LAMBYK reageert

Dit is een reactie op het opiniestuk van Els Ampe op Brusselnieuws.

Over de invulling van pleinen heb ik eigenlijk niets te zeggen. Een Faro in de hand op een gezellig pleintje, dat kan geen kwaad. Ook het Pop-Up restaurant van VTM is op zich geen slechte zaak, zolang het de bewoners maar niet hindert. Het zal TV-kijkend Vlaanderen misschien zelfs deugd doen om wat good news uit de hoofdstad te zien. Want wat ze over Brussel te zien krijgen, is niet altijd even fraai. Ja ja, we leven nog!

Nu, de definitie van een plein is voor mevrouw Ampe nog niet helemaal duidelijk. Zoals ik al aangaf in een eerdere post zijn de meeste pleinen in Brussel centrum simpelweg géén pleinen. Het zijn parkings waar, ten pas en ten onpas, auto's op geparkeerd staan. Een heuse blokkade voor de zogezegde commercialisering van de Brusselse pleinen. En wat wordt er gedaan om "de roep naar openbare ruimte" te eerbiedigen? Niets, want de parkings blijven bestaan. Kijk naar de Zavel bijvoorbeeld, wat voor een prachtig plein zou dat niet zijn! Laura J, toeriste uit Londen, denkt er het hare van:

"There is no square as such", zo vat je de hele problematiek eigenlijk samen in één zinnetje: we hebben in Brussel te maken met pseudo-pleinen. De pleinen, die vaak 'beveiligd' worden door paaltjes die omlaag kunnen, maak je zo open met een simpele tang uit de IKEA.

In de tekst op Brusselnieuws haalt Ampe ook de stenen woestijn van de Zuidmarkt aan. Niemand houdt het stadsbestuur tegen om eens werk te maken van een heraanleg van de ingang van Brussel, waar dagelijks duizenden toeristen aankomen met de Thalys, Eurostar of trein uit Zaventem. Wat meer groen zou niet misstaan. En als we dan toch bezig zijn over de invulling van een plein: de Zuidmarkt hoe die er nu aan toe gaat is een pure schande, een plastiek zakken festijn, het zoveelste aanvaarde stort van Brussel.

Met de Zuidfoor slaat Ampe pas echt de nagel op de kop van haar eigen tegenspreken. De Zuidfoor, dat fenomeen dat de hele zomer plaatsvindt op de strook tussen het Zuid en de Anderlechtsepoort, is een ketting van geprivatiseerde ruimte. Niets is uiteraard minder waar, want de overige 11 maanden van het jaar wordt deze 'ketting' een parkingketting (ja ja, nog parking) waar zonder compromis gratis wordt geparkeerd en gesluikstort. Die ene keer per jaar, dan lukt het wel om er een heus feest van te maken! Indien we politici hadden die een écht stadsproject voor ogen hadden was er lang werk gemaakt van dit stukje no man's land, de bron van tristesse, waar kindjes tussen 4 of 5 baanvakken een voetbalkooi ter beschikking hebben en puffend tegen geroeste ballustrades mogen trappen.

Proficiat. 


Zijn deelsystemen citizen-oriented?

Enkele dagen geleden sprak ik op een evenement van Brussels Academy over mobiliteit, waar ook BXL Parking Mythe, BRAL, CycleHack BXL en Velofabrik op aanwezig waren. Er werd mij gevraagd om kort uiteen te zetten wat Uber en Villo! (kunnen) betekenen voor de Brusselse mobiliteitswirwar.

Citizen-oriented?

Een belangrijke kanttekening bij de services van Uber en Villo! is dat ze niet citizen-oriented genoeg zijn.
Integendeel, Uber is een market-driven dienst. Toegegeven, Uber is populair omdat er een nood was/is aan een taxidienst die klantvriendelijk, transparant en tegelijkertijd goedkoper is dan de Brusselse taxis die tegenwoordig rondrijden. Maar de grote machine die achter Uber zit heeft het niet 'Robin Hood gewijs' gericht op het groener maken van onze steden. Het blijven auto's die extra rondrijden in Brussel.
Hoewel Uber ervoor zorgt dat ik persoonlijk geen auto hoef aan te schaffen, een Uber rit past perfect in de urban mobility mix van fietsen/wandelen/openbaar vervoer, kan het voor anderen net een drijfveer zijn om er wel één te kopen. Die extra verdienste door als taxi te opereren kan net een grote financiële plus zijn. Het doel van Uber is dus duidelijk, geld verdienen.

Bij Villo! is het citizen-oriented aspect aanwezig, vanwege de betrokkenheid van het Brussels Gewest als toeziener van de service. Desalniettemin wordt Villo! uitgebaat door de multinational JC Decaux, gekend voor billboard reclame. Villo! stations en fietsen zijn reclame-outputs met een mobiliteitsaspect. JC Decaux heeft op dit moment honderden plaatsen in haar bezit om billboards te verkopen, en duizenden rondrijdende reclamebordjes! 
Villo! is dus vooral advertising-oriented, wat waarschijnlijk verklaart waarom er niet aan een hels tempo wordt geïnnoveerd. Het is JC Decaux' bedoeling niet om de lichtste fietsen op de markt te brengen (lees: +10kg zwaarder dan een normale fiets), ook elektrische fietsen laten al zeer lang op zich wachten en de service is zo-zo. Het doel van Villo! is minder duidelijk dan dat van Uber, omdat ze beter wordt ingepakt, maar uiteindelijk geldt hier ook: reclameruimte verkopen en dus veel geld verdienen.

Droomalliantie

Volgens onderzoek van IBM, die hun Smarter Cities Report eerder deze maand presenteerden, heeft Brussel gebrek aan echte mobiliteitsalliantie tussen de verschillende diensten. Er is geen grootschalig aangepakt autodeelsysteem in Brussel, buiten Cambio. Er zijn veel spelers die tegen mekaar opboksen en dit werkt efficiëntie tegen. Hetzelfde gebeurt bij het openbaar vervoer, waar De Lijn, TEC, MIVB en de NMBS nog steeds naast elkaars sporen rijden in Brussel. Een grondige herstructurering van deze diensten is nodig om tot een citizen-oriented alliantie te komen. Ook voor de verscheidene ride- en carsharing initiatieven trouwens, die voorlopig aan hun lot worden overgelaten.

[DROOMGEDEELTE] Mijn toekomstvisie is een blend tussen Villo! en Uber, waarbij een netwerk van zelfrijdende elektrische wagens je van punt A naar B brengen (mits een bepaalde afstand) en op punt B er iemand anders opstapt. Korte afstanden worden aangemoedigd door een lichte Villo! te nemen, een LED-fietspad te volgen of door te wandelen naast de blootgelegde Zenne. De stad wordt genetwerkt met andere steden.

We evolueren in de  deelrichting, waardoor het aantal auto's gelimiteerd zal worden door middel van efficiëntie, waardoor ondergrondse parkings totaal achterhaald worden en waardoor de weg veiliger wordt en files verleden tijd worden. Of dit door de overheid georganiseerd zal worden? Wie weet... We kunnen er alleen maar baat bij hebben.

De Brusselse taxi's betogen en dat is een PR ramp

De taxi's, spreek er een Brusselaar over aan en het zal allesbehalve een lofzang zijn. "Ze rijden te hard", "ze zijn niet vriendelijk" of "ze vragen om extra geld", het zijn argumenten die ik maar al te vaak terug hoor. Persoonlijk heb ik ook al 'last' gehad met taxichauffeurs, zowel in de wagen als daarbuiten als ik aan het fietsen ben. Toegegeven, het is een stiel apart en de omstandigheden in Brussel bevorderen de job niet altijd, maar de taxi's zitten toch met een serieus reputatieprobleem.

Maatschappelijk verantwoord?

Nu Uber en andere deelsystemen hun opgang aan het maken zijn in het Brusselse, en eigenlijk over heel Europa, is het hek van de dam. Moord en brand wordt er geroepen omwille van de regelrechte aanval op het monopolie van de sector. Iedereen is het er over eens dat deze nieuwe services ook moeten bijdragen, zowel op ethisch, als sociaal en economisch vlak. 

Nu de Brusselse regering toegevingen heeft gedaan aan de klant, want de systemen zijn er omdat ze populair zijn bij de Brusselaars, wordt er massaal op straat gekomen. Na de PR ramp een tijdje geleden, toen honderden taxi's protesteerden tegen de digitale taximeter, is het dus weer van dat. De taxi's hadden zich al aan een stuntje gewaagd door met de sticker "Samen rijden we maatschappelijk verantwoord" rond te rijden, wat met heel wat gelach werd onthaald gezien de huidige reputatie van de sector in Brussel. Al gauw werden taxi's in niet zo'n maatschappelijk verantwoorde posities gespot.

Foto via TricheurB

Foto via TricheurB

We krijgen dus alweer een stormloop van voertuigen die de stad nog meer tot stilstand zullen brengen dan ze al is. Betogen tegen innovatie is een fenomeen van alle tijden, maar enkel slimme sectoren en bedrijven gaan hier behendig mee om. Tegelijkertijd is het aandeel van Uber zo laag dat de taxi's nog niet hoeven te vrezen op korte termijn. Vooral jonge, digital-savvy mensen gebruiken dergelijke services, mensen die het 'durven' om bij een wildvreemde in de auto te stappen. 

Het mooie aan Uber is dat je chauffeurs kan beoordelen, dat gaat nu bijna niet bij taxi's. Na een zoveelste gekke rit door Brussel ben je al blij dat je thuis bent geraakt voor die volle 17 euro. In ruil voor meer transparantie, het zogenaamde Uber model, krijgt de sector heel wat toegevingen: er valt een tax weg, de digitale meter wordt helemaal op kosten van het Gewest betaald en chauffeurs mogen reclame hangen in hun wagen. Deze en nog andere maatregelen zijn blijkbaar niet genoeg en dat is jammer.

Slim betogen

Betogen kan, maar dan moet je het slimmer aanpakken. Dan moet je slimmer zijn dan Uber en bijvoorbeeld gratis ritten aankondigen in het gehele Gewest, moet je interviewtjes organiseren met taxichauffeurs en die in leuke video's gieten om op sociale media te gebruiken, dan moet je een charmeoffensief houden en desnoods rozenblaadjes gaan strooien in de tunnels. Maar de boel platleggen, mensen ophitsen en absoluut geen enkele toegeving willen doen onder het motto alles of niets? Dat is communiceren zonder nuance, er komt zelfs geen "ja, maar" aan te pas. Ga eerst van het positieve uit en probeer dan zelf je argumentatie kracht bij te zetten. Deze heisa gaat het gevoel bij twijfelaars en Uber-believers enkel versterken: "zie je wel dat we beter een ander vervoersmiddel gebruiken". Je kan ze geen ongelijk geven. 

De taxi's zouden een bondgenoot moeten zijn van de stad 2.0, waarin multimodaal vervoer wordt aangemoedigd. Jammer genoeg beslissen ze om vast te houden aan een voorbijgestreefd en traditioneel model. Snel van letterlijke en figuurlijke koers veranderen voor het te laat is, jongens.

STIB FAIL: Het einde / La fin

*** Nederlandse versie onderaan *** 


J’ai lancé le compte STIB FAIL il y a trois ans. Je me sentais abandonné en tant que client par ce que je considérais comme un “monstre administratif”. Je ne sais plus quand c’était exactement, mais c’était sûrement après un trop long trajet  de mauvaise humeur vers la maison.
“Fais quelque chose sur les réseaux sociaux” m’a dit ma compagne. Je suis plutôt à l’aise avec tout ça donc j’ai décidé de créer mon propre compte : STIB FAIL.

La stratégie était simple : entrer en interaction avec les voyageurs mécontents. Qu’ils soient francophones ou néerlandophones, touristes ou voyageurs habitués, tout le monde recevait une mention, un retweet ou un favori. C’est comme ça que des centaines de followers ont afflué sur le compte et ont commencé à le mentionner automatiquement quand ils rencontraient des soucis avec les transports en commun. J’ai toujours trouvé important d’utiliser l’humour plutôt que le dénigrement. Je ne retwittais pas non plus les contrôles que l’on me signalait, par principe.

Le but principal de ce compte était de donner une voix commune aux voyageurs et de mettre une pression  pour que la STIB s’engage sur les réseaux sociaux. Et mettre la pression ne passe pas forcément par le dénigrement ou la négativité. J’ai d’ailleurs lancé le hashtag #STIBsongs, où j’ai demandé à mes followers de twitter un titre de chanson associé à un mot de la STIB. Cela a donné une belle collection de STIB songs dont beaucoup de médias ont parlé.

Il  y a une grosse année la STIB s’est lancée sur les réseaux sociaux et ils ne regardent plus en arrière depuis. La manière créative, innovante dont répond la STIB à ses clients ainsi que son partage di’nformations en temps réel est admirable.

Chaque plainte est écoutée, et transmise aux autorités compétentes. Leur approche a pour moi changé la perception de la STIB dans une large mesure : la transparence, l’écoute et la créativité sont des valeurs qu’une société moderne doit pratiquer.

La mission de STIB Fail a donc été un succès et il est temps d’arrêter ici. Est-ce que cela veut dire qu’il n’y a plus de “fails”? Bien sûr que si.

Il y a encore trop souvent des faits de vandalisme, un sentiment d’insécurité surtout le soir, et il faut encore améliorer les portillons. Est-ce ma mission de me plaindre et pleurnicher à ce sujet? Sûrement pas.

Je dirais que maintenant, les usagers ont reçu leur plateforme: “utilisez-la !”. Les avis des utilisateurs sur les réseaux sociaux sont précieux et ils aideront je l’espère la STIB à devenir une meilleure organisation. Merci à vous, voyageurs. 


Ik richtte het STIB FAIL account zo’n goede drie jaar geleden op. Ik voelde me als klant in de steek gelaten door dat logge communicatie en administratiemonster die de MIVB in mijn ogen toen was. Ik weet niet meer precies wanneer het was, maar ik was nóg maar eens thuisgekomen na een veel te lange rit, had mensen zien meeglippen tussen de poortjes en had een rothumeur. “Doet iets via sociale media”, zei mijn partner. Zelf ben ik thuis in alles wat met sociale en digitale media te maken heeft en besloot dus om mijn eigen kanaal op te richten: STIB FAIL.

De strategie was simpel: ik ging in interactie met misnoegde reizigers. Of het nu nederlandstalige of franstalige Brusselaars waren, toeristen of eendagsreizigers, iedereen kreeg van mij een mention, retweet of favorite. Al gauw begon het STIB FAIL account honderden volgers te krijgen en Twitter gebruikers begonnen het STIB FAIL  account automatisch te vermelden wanneer ze een klacht hadden over het openbaar vervoer. Ik heb het steeds belangrijk gevonden om humor te gebruiken, en aan gratuite MIVB-bashing heb ik nooit willen meedoen. Ook controles, die héél erg vaak werden gemeld aan het STIB FAIL account, retweette ik principieel niet.

Het grote doel van dit account was om mensen een gezamelijke stem te geven en om zoveel mogelijk druk te zetten op de MIVB  zodat ze zich als organisatie op sociale media zouden engageren. En druk zetten moest niet altijd door middel van negativiteit en bashing. Ik kreeg nameljk de ingeving om #STIBsongs te lanceren, waarbij ik volgers vroeg om liedjes te tweeten die geassocieerd konden worden met MIVB. Het werd een prachtige collectie van ‘STIB songs’ en heel wat media pikten de actie op.

Een dik jaar geleden schoot het sociale media team van de MIVB uit de startblokken (op Twitter althans, het was al langer aanwezig op Facebook) en ze hebben sindsdien nooit meer teruggekeken. De manier waarop de MIVB haar klanten op een creatieve, innovatieve manier van real-time informatie bediend is bewonderenswaardig te noemen. Elke klacht wordt aanhoord, en ook naar de bevoegde instanties doorgestuurd. Hun aanpak heeft voor mij de perceptie van de MIVB voor een groot stuk veranderd: transparantie, creativiteit en de wil om naar klanten te luisteren, dat zijn de waarden die een modern bedrijf moet omarmen.

STIB FAIL’s missie is dus geslaagd, het is tijd om ermee te stoppen. Zijn er geen ‘FAILS’ meer dan? Zeker en vast wel. Te vaak worden er nog vandalenstreken uitgehaald, is het onveiligheidsgevoel vooral ’s avonds te hoog en moet er écht wel werk gemaakt worden van betere toegangspoortjes. Is het nog steeds mijn missie om daar over te klagen en zeuren? Waarschijnlijk niet.

MIVB gebruikers hebben nu hun platform gekregen en ik zou zeggen: “maak er gebruik van!”. De inzichten die sociale media gebruikers aanleveren zijn van goudwaarde, en zullen de MIVB hopelijk verder helpen om een betere organisatie te worden. Thanks to you, the customer. 

Schaf de pleinen af!

'Parking' zou wel eens het Brusselse buzzword van 2014, en misschien zelfs 2015, kunnen worden. In Brussel-Stad wordt parkings bouwen gezien als de ultieme strategie om publieke ruimte terug te geven aan de Brusselaar. De strategie is op z'n minst bedenkelijk te noemen, omdat een stad op maat van mensen en niet van auto's ingericht dient te worden. 

De 'publieke ruimte' die opnieuw vrij zou komen door het bouwen van parkings, is uiteraard utopisch nieuws. Maar is er wel zoveel publieke ruimte in Brussel-stad? Vooral in hartje Brussel, de Marollen en de kanaalzone moeten we het van het mos tussen de kasseien hebben. Geen nood, we hebben genoeg pleinen! Ik heb er een diashow van gemaakt:

Het Poelaertplein, Anneessensplein, de Zavel, Bloemenhofplein,... allemaal zijn het pleinen die strikt genomen geen pleinen zijn. Bij een plein stellen (stads)bewoners zich groene ruimten voor, met waterpartijen en klimrekken, met een kiosk en eventueel een voetbalveldje. De pleinen van Brussel zijn pseudo-pleinen, (gratis) parkings die het zeggenschap van het staal met vier wielen in de verf zetten. Vanaf nu stel ik dus voor dat we de volgende keer afspreken op de 'Poelaertparking' of de 'Anneesensparking' in plaats van het plein. Het zou een zonde zijn om deze plekken eer aan te doen door ze 'plein' te benoemen.