Wanneer investeren in publieke ruimte “pestgedrag” wordt by Kwinten Lambrecht

Deze bijdrage verscheen eerder op de MO* Magazine / Zeronaut blog.

Met wat vertraging volgt onze hoofdstedelijke regering het voorbeeld van Kopenhagen, Antwerpen, Gent en Namen om een stad op mensenmaat te realiseren door te investeren in de publieke ruimte. ‘Pestgedrag en een ware nachtmerrie voor autobestuurders’, verklaart Els Ampe in de Franstalige krant L’écho. Brussels fietsactivist en blogger Kwinten Lambrecht dient haar van antwoord. 

De Brusselse Schepen van Mobiliteit, Els Ampe (Open VLD) heeft de pers weer gehaald. Na haar ongelukkige passage in het gerenommeerde en internationale blad ‘The Wall Street Journal’, waar ze van leer ging tegen de ‘anti-auto lobby’, neemt ze de zogenaamde anti-auto politiek van de minister van mobiliteit Pascal Smet (sp.a) van de Brusselse Regering onder vuur in L’Echo.

Ampe hekelt de grote infrastructuurwerken ten voordele van de zachte weggebruiker. Die noemt ze een ‘ware nachtmerrie’, ‘te duur’. Zij geeft zelfs aan dat ze de burgers die een klacht bij de Raad van State hebben ingediend tegen de geplande heraanleg van een drukke laan, zal steunen.

Van autostad naar mensenstad

Het moet gezegd worden: wanneer je vandaag door Brussel kuiert heb je de indruk dat de hele stad in de stelling staan. In Jette wordt de tram naar het Universitair Ziekenhuis doorgetrokken, de voetgangerszone wordt heraangelegd, de Ninoofsepoort krijgt een park, de Franklin Rooseveltlaan krijgt fietspaden, enzoverder.

Fijn is het niet, zo met uw bolide in de file staan terwijl de potentiële snelheid van uw stalen ros veel hogere toppen zou kunnen scheren. Een duidelijk signaal is het wel; er wordt namelijk gewerkt aan de evolutie van een stad op auto-maat naar een stad op mensenmaat.

Steden zoals Kopenhagen zijn er al tientallen jaren mee bezig, die mens centraal stellen in stedelijke vormgeving. En ook steden dichter bij huis zoals Gent, Antwerpen of Namen volgen diezelfde trend.

Nu er eindelijk ook in Brussel — weliswaar met de nodige hakken en stoten en Belgische wafelijzers — werk wordt gemaakt van een globaler stedelijk mensenplan, valt Schepen Ampe de Brusselse Regering aan door de broodnodige werken te bestempelen als ‘pestgedrag’. Te weten: Haar Open VLD neemt deel aan de Brusselse regering en Els Ampe is zelf fractieleider voor de partij in het Brusselse parlement.

Ultieme vrijheid

© Floris Van Cauwelaert

© Floris Van Cauwelaert

Jarenlang en onder verschillende coalities veranderde er niets in Brussel. Inwoners van deze stad worden letterlijk gepest door het gebrek aan publieke ruimte in arme buurten, het gevecht dat je als fietser moet aangaan op de ontbrekende infrastructuur, de smalle voetpaden die eigenlijk boulevards zouden moeten zijn. Wie anno 2016 dus aan de hegemonie van de auto wil raken is een pestkop, “Het moet stoppen”, stelde Ampe zelfs in L’Echo.

‘De auto is de ultieme vorm van vrijheid’, zegt men wel eens. Laat net dat een voorbijgestreefd ideaal van de auto-industrie zijn. De auto zorgt helemaal niet voor meer vrijheid: we werden jarenlang belazerd met dieselgate-leugens, waardoor de longen en bloedvaten van onze kinderen er nog net iets zwarter gaan uitzien, de auto maakt lawaai en neemt uitzonderlijke grote delen van onze ruimte in.

Je zou kunnen stellen dat ’s ochtends in de file meegillen met ‘Dancing Queen’ de ultieme vorm van vrijheid is, maar na alles wat we weten over de nefaste gevolgen is het stalen ros de ultieme vorm van egocentrisme geworden.

Hoe ver reikt de ambitie?

Mevrouw Ampe beweerde trouwens in eerdere artikels en interviews dat ze wél een voorstander van de fiets is. Nu, indien we ‘haar werven’ onder de loep nemen zien we dat de voetgangerszone er nog steeds als een braakliggend terrein bijligt.

Nadat bleek dat de standaardprocedure rond de publieke bevraging niet gevolgd werd, kregen enkele handelaars gelijk en ligt de boel sindsdien stil.

Ook van de beloofde ‘3.000’ meter fietspaden, niet meer dan geschilderde witte strepen op asfalt, blijft niet veel meer over. Systematisch zijn in de binnenstad stukken fietspad weggeschraapt en vervangen door suggestiestroken: kijk naar de Zuidstraat, Lemonnierlaan, Adolphe Maxlaan en Duquesnoystraat.

‘Pestgedrag’, moet mevrouw Ampe gedacht hebben, en zo werd de stadstoekomst weer een kopje kleiner gemaakt. Ook de daadkracht van de fietsbrigade, die consequent de fietspaden in Brussel bewaakt, werd hierdoor ondermijnd aangezien fietssuggestiestroken geen wettelijke grondslag hebben.

Verder blinkt Mevrouw Ampe uit in het aanbieden van parkingruimte in de Brusselse Vijfhoek. Over de vijf geplande splinternieuwe parkings is nog niets bekend. Misschien hebben ook de parkingbedrijven door dat gedeelde mobiliteit voor de deur staat en autobezit binnenkort ‘not done’ is.

Is deze maatschappelijke evolutie ook pestgedrag, mevrouw Ampe?

Een ode aan de Brusselse werf by Kwinten Lambrecht

Ninoofepoort Brussel

3 oktober 2016 stond al even in mijn agenda aangestipt. Die zondagavond, moet ik bekennen, kon ik er zelfs niet goed van slapen, van wat er de dag erna stond te gebeuren. Maandagochtend ging ik als een klein kind hopend op een Witte Kerst naar buiten om hét te gaan aanschouwen: de grote werf voor mijn deur. Eureka, wat een geweldig gevoel! Die blokken beton, die gele stippellijnen, verkeersborden. 

Eindelijk kan je aan den lijve ondervinden dat er aan Brussel gewerkt wordt. We zitten in één grote werf and I love it! Al te vaak zijn we in Brussel uitgelachen geweest om onze planning zonder plan, op onze ideetjes zonder echt idee. Wel, dit verandert voor mij vandaag, en wel in mijn godgeklaagde achtertuin!

De buurman daarentegen was er het hart van in toen ik de vuilniszak buiten ging zetten: "Quel bordel, je ne peux même pas me garer!", schreeuwde de man het uit. Ach, geen NIMBY (Not In My Back Yard) syndroom voor mij. Ik ben oprecht gelukkig met wat er hier aan de Ninoofsepoort gebeurt. Het was en is een stadskanker om U tegen te zeggen, maar enkele maanden geleden begon de bestraling ervan door een welverdiende afbraak van de hangar. Toen lagen de werken even stil en kroop de twijfel er alweer in. Tot die verlossende nieuwsberichten er kwamen: het park komt er!

Foto Bruzz/© Saskia Vanderstichele

Foto Bruzz/© Saskia Vanderstichele

Het toekomstplan

Het toekomstplan

De werken zullen één primair effect hebben: er komt een groot park en de wegen er rond worden aan de 'nieuwe situatie' aangepast. Hopelijk hebben de werken ook secundaire effecten: het veranderen van de mobiliteitsvisie bijvoorbeeld, wanneer je de tram naast je eenzame zelf in de wagen ziet zoeven of fietsers in alle veiligheid langs de vangrails ziet rinkelen, het terugwinnen van het respect voor de buurt, het hunkeren naar publieke ruimte in plaats van ruw asfalt en, waarom ook niet, een nog groter park op de parkeerstrook die naar het Zuidstation leidt.

Deze werken wijzen op goed bestuur en kunnen zelfs leiden tot 'Brussels Staatsmanschap' indien de huidige visie wordt doorgetrokken. Vandaag ben ik dus euforisch over de alsnog lege put, over de wegomleidingen, over de uitstekende bewijzering, over de verhoogde veiligheid voor fietsers, over de toekomst. Laat die werven dus maar komen. Ons ploeteren zal beloond worden.

Wanneer fiets en bus een baanvak moeten delen by Kwinten Lambrecht

Open brief van Pieter aan De Lijn.

Beste buschauffeur van De Lijn,

Maandagochtend omstreeks 08H35 fietste ik, in de as van de Leopold II laan, ter hoogte van het Saincteletteplein. Bij gebrek aan een fietspad, reed ik tussen de tramsporen, de baan die ook jouw bus volgt richting centrum. Jij reed aan volle snelheid achter me aan en toeterde meermaals om mij duidelijk te maken dat ik, voor jou, te traag ging. Net voorbij de bocht van de tram, een heikel punt om over te fietsen, stak je me bruusk en rakelings voor bij. Ik voelde de luchtverplaatsing. Ik lag er bijna onder.

Je reed zo snel dat je zeer scherp rechts moest bij halen om nog op tijd aan de volgende halte kunnen stoppen (op de Antwerpselaan, thv Metrohalte Ijzer). Voor mij fietste een jonge moeder die jouw razernij niet gezien had. Ze kon nog uitwijken. Ze lag er bijna onder. Ze schreeuwde het uit. Kwaad. Angstig.

Ik fiets al jaren in Brussel. Ik hou van de vrijheid. Ik zal het nooit opgeven. Maar het is een gevecht. Het loopt weldra fataal af. Verander je gedrag. Nu.

Met Vriendelijke Groeten,

Pieter

Er kwam een rookverbod, wanneer een ‘autoverbod’? by Kwinten Lambrecht

Bram Algoed, autoverbod

Gastbijdrage door gelijkgezinde Brusselaar, Bram Algoed.

Het is het jaar 2003, ik ben 13 jaar oud en pendel dagelijks naar Brussel. Op de overvolle trein is het zoeken naar een zitplaats. Ik worstel mij door een paar wagons, maar vind geen zitplaats. Ik geef het op en neem plaats in de rokerscoupé. Geheel uit vrije wil, omdat ik niet niet in het gangpad wil gaan staan, en omdat ik niet beter weet. Net als de man tegenover mij, die er geen probleem van maakt om te roken in de buurt van een minderjarige: omdat hij niet beter weet.

Het lijkt bijna ondenkbaar dat er 13 jaar geleden nog gerookt werd op de trein. Amper vijf jaar geleden werd het rookverbod ook naar de horeca uitgebreid. Een vastgeroeste gewoonte die we nooit zouden kunnen afzweren, omdat dit de hele sector zou kapot maken, lijkt vandaag de normaalste zaak ter wereld. Een oude gewoonte inruilen voor een nieuwe is nooit leuk. We maken ons op voorhand graag druk over de vrijheden die we zullen moeten opofferen. Achteraf blijkt het steeds mee te vallen en beseffen we plots dat het de passieve roker is die jarenlang zijn vrijheid heeft afgestaan.

Vrijheid voor de stadsbewoner

Nog zo een gewoonte is het autogebruik in de stad. Momenteel is de wagen er alomtegenwoordig, maar dat valt minder en minder te verantwoorden. Mits enkele uitzonderingen, inwoners die 100 procent het recht hebben op het gebruik van een (eigen) auto, kan de grote meerderheid niet argumenteren waarom net zij het verdienen om met een wagen in de stad te rijden. Niet alleen is een auto ontzettend vervuilend (smog is geen neveneffect van de stad, maar van de auto), maar eist ‘het ding’ op de koop toe 2/3 van de publieke ruimte op. Bovendien staat een wagen meer dan 90% van de tijd geparkeerd. Argumenten als ‘gebruiksgemak’ en ‘comfort’ wegen hier echt niet tegenop. Een stad is in de eerste plaats bedoeld om te leven. De slechte luchtkwaliteit en het gebrek aan ruimte maken haar onleefbaar. Hoog tijd om deze slechte gewoonte naar de prullenmand te verwijzen.

“Een stad is in de eerste plaats bedoeld om te leven. De slechte luchtkwaliteit en het gebrek aan ruimte maken haar onleefbaar.”

Flexibiliteit tonen, alternatieven bieden

We moeten overstappen naar flexibele mobiliteit. Per verplaatsing ga je nadenken welk vervoersmiddel het meest geschikt is.

Minder dan twee kilometer? Dat doe je gewoon te voet. Jouw tienduizend stappen heb je meteen gehaald en die zeldzame Pokémon krijg je er gratis bij. Minder dan tien kilometer? Dat gaat vlot met de fiets, jouw dokter had je toch aangeraden om minstens 30 minuten per dag te bewegen? Potentieel is dit ook het snelste vervoersmiddel, indien de infrastructuur nu nog even mee zou willen. Ben je toch niet goed te been of is het hondenweer? Dan neem je de bus, tram of metro.

Het gebruik van de auto ontmoedigen is een volgende stap. Steden als Kopenhagen en vooral Amsterdam hebben ook niet gewacht op de goede wil van hun inwoners om de stad autoluw te maken. Dit hebben ze opgelegd met ogenschijnlijk radicale ingrepen. Een ambitieus parkeerbeleid, waarbij het soms twee jaar wachten is op een parkeerkaart. Het gevolg is dat mensen geen twee maar drie keer nadenken voor ze met hun auto de stad inrijden. Recht vooruit die Nederlanders!

We moeten slaan én zalven. Je kunt niet enkel iets verbieden, als je geen waardig alternatief aanbiedt. Voetgangerszones en een streng parkeerbeleid moeten gekoppeld worden aan een doordacht openbaar vervoersnetwerk, met vlotte verbindingen naar transitparkings. Bovendien verdient de fiets een evenwichtig deel van de openbare weg, met brede fietspaden, fietsbruggen en fietsstraten.

Het is het jaar 2016. Ik ben 26 jaar oud en fiets dagelijks door Brussel. Ik worstel mij door het verkeer, op zoek naar een vrij stukje fietspad. Ik geef het op en schuif aan in de file. De auto voor mij jaagt CO2 en heel wat andere troep door mijn longen, omdat hij niet beter weet. En ik? Ik blijf fietsen, omdat ik geloof in beterschap.

Acht ideeën om zwerfvuil tegen te gaan by Kwinten Lambrecht

Bedankt aan BrusselBlogt voor de vertaling van dit artikel dat eerder in het Engels verscheen!


Ik woon in de Slachthuislaan in hartje Brussel, het centrum van België, de hoofdstad van Europa. Mijn buurt is ‘in ontwikkeling’. Het Brussels Gewest legt binnenkort aparte fietspaden aan en een enorm park aan de Ninoofsepoort. Op dit moment kunnen we enkel hopen dat de infrastructuurwerken er een betere plek van zullen maken. Want vandaag is mijn buurt vuil: onze groene plekken dienen als vuilnisbelt, de Kleine Ring is een autosnelweg zonder snelheidsbeperking (en geen enkele politicus kan het iets schelen) en onze straat bestaat uit zwerfvuilhotspots.

De afgelopen twee jaar waren de meeste hoeken van mijn straat voortdurend bezaaid met alles wat je je kunt voorstellen: wc’s, bedorven voeding, ontmantelde meubels, tapijten, enz. Ik heb verschillende keren geprobeerd via Twitter het probleem aan de kaak te stellen bij niet-visionaire politici zoals Fadila Laanan (Brussels staatssecretaris voor Openbare Netheid) en Karine Lalieux (Schepen van Openbare Reinheid van de stad Brussel). Zonder veel resultaat. Ik bedoel maar: als je belang hecht aan het gebruik van sociale media in je politieke communicatie, stop dan met jezelf te bewieroken voor de grote daden die je stelt in je leven. Neem je verantwoordelijkheid,  geef ‘je’ burgers antwoorden, reik oplossingen aan. In Brussel gebruiken enkel de schepenen Els Ampe en Ans Persoons de sociale media effectief om te communiceren met de burgers.

Lalieux, die al sinds 2006 (!) bevoegd is voor openbare netheid, antwoordde mij ooit door haar eigen initiatieven te prijzen, zonder aandacht te hebben voor het echte probleem: dag na dag wordendezelfde plaatsen gebruikt om afval te dumpen. Tijdens een wijkbijeenkomst negeerde ze mijn vraag, dus ik besloot er niet meer naartoe te gaan. Misschien heeft ze het te druk met haar tweede baan als parlementslid in het Federaal Parlement. Kun je je voorstellen dat je voltijds parlementslid bent en tegelijk de verantwoordelijkheid draagt voor de netheid van een stad met meer dan 100.000 inwoners? Dat is te gek om los te lopen!

De vraag blijft waar al dat afval vandaan komt. Mijn straat moet in duistere kringen bekend staan als ‘the place to be’ om je te ontdoen van je vuilnisbak, want één, of zelfs vijf families samen, kunnen het afval niet produceren dat we dagelijks aantreffen in onze straat. Mijn punt is: als je weet dat sommige plaatsen bekend staan als hotspot, waarom treedt er dan iemand op? Het maakt het nog moeilijker om de buurt waar je woont te respecteren als je al het afval om je heen ziet. We zijn letterlijk de toekomst van onze kinderen aan het verspillen. Tot dusver zijn ze opgegroeid met het idee van smerige straten en konden ze nooit spelen in het park aan de andere kant van de straat, omdat het gereserveerd is voor de nare gewoonten van een aantal Brusselaars en, wie weet, mensen van ver daarbuiten!

De situatie die ik hierboven geschetst heb, doet waarschijnlijk een belletje rinkelen bij vele Brusselaars, dus laten we proberen constructief te zijn. Hieronder vind je acht suggesties om het afvalprobleem in Brussel te lijf te gaan:

  1. Repressie: gebruik camera’s, zoals in Molenbeek, om plaatsen voor een aantal dagen te observeren en bestraf de criminelen.

  2. Plaats ondergrondse afvalcontainers en laat mensen ze altijd gratis gebruiken.

  3. Organiseer ruilmarkten voor inwoners, waar je spullen die je niet nodig hebt inruilt voor dingen die je buren aanbieden.

  4. Organiseer meer dan twee gratis inzamelingsrondes voor grofvuil per jaar. Doe het elke maand en communiceer er verstandig over.

  5. Mensen weten niet wanneer het tijd is om de blauwe, witte of gele zakken buiten te zetten. Informeer hen met speciale kalenders.

  6. Geef de burgers stimulansen. Laat hen groenafval van fruit en groenten naar wijkcompostcentra brengen.  Zodra ze twintig kilogram afval gecomposteerd hebben, krijgen ze een gratis zakje potgrond om planten en bloemen te kweken op hun terras of in hun tuin.

  7. Organiseer guerrilla-acties om aan te tonen dat je wijk vervuilen niet door de beugel kan, zoals inLissabon of in Londen.

  8. Zorg voor meer publieke ruimte. Vorm de parking annex stortplaats op de Poincarré- en Slachthuislaan zo snel mogelijk om tot een groene oase.

Formuleer gerust jouw ideeën of laat weten wat je ervan vindt!

Fietspaden in Brussel Centrum: Verdwijnt ambitie samen met verf? by Kwinten Lambrecht

Is er nog geld voor nieuwe fietspaden in Brussel? We kunnen het alleen maar hopen of proberen te raden, de processen-verbaal van de Fietscommissie werden namelijk sinds oktober 2015 niet meer publiek gemaakt. Is er voor de huidige fietspaden in Brussel, ongeveer een jaar geleden dé troef van het nieuwe circulatieplan, nog geld voor het onderhoud? Blijkbaar niet.

De 'fietspaden' smelten als sneeuw voor de zon, waardoor de veiligheid van de (aspirerende) Brusselaar op de fiets in gedrang komt. De fietspaden vervagen doordat auto's er graag op parkeren of rijden, en door het slechte weer uiteraard. Er blijft ook troep op de fietspaden liggen; van glas, tot kiezelstenen of zelfs bloembakken (!).

Een greep uit een fietstocht op de Stalingradlaan, Agustijnenstraat, Visverkopersstraat, Zwarte Lievevrouwstraat,...

Dat de aanleg van afgescheiden fietspaden op zich laat wachten, is nog enigszins te begrijpen - vergunningen je weet wel - maar het ontbreekt de stad aan ambitie om zelfs de bestaande geschilderde paden te onderhouden. Als je weet dat een waterverf-fietspad een levensduurte heeft van ongeveer 6 maanden, moet je daarop kunnen anticiperen. Tijd voor actie; om het gebruik van de fiets verder aan te moedigen en om te tonen dat het de Stad Brussel menens is.

UPDATE

Schepen Ampe heeft beloofd dat er deze maand nog (juni 2016) werken gepland zijn.

En er zijn plannen in de maak voor afgescheiden fietspaden...