Bedrijfswagens onder de loep

luchtvervuiling

Bedrijfswagens in cijfers

Het gaat niet goed met onze luchtkwaliteit en we staan met z'n allen in de file. Auto's zijn er teveel, treinen, bussen, metro's en trams te weinig. Bedrijfswagens worden al jaren aangeboden als een extra, door de hoge loonkost in ons land. Het is niet helemaal duidelijk maar volgens FOD Mobiliteit en Vervoer rijden er om en beide 600.000 'lichte bedrijfswagens' rond in België. Overwegend zijn dat dieselwagens, afkomstig uit het Vlaams Gewest.

Het aantal lichte bedrijfswagens steeg de laatste jaren exponentieel, zoals aangegeven in onderstaande grafiek.

Groene lijn: stijging aantal 'lichte bedrijfswagens', bron FOD Mobiliteit en Vervoer

Groene lijn: stijging aantal 'lichte bedrijfswagens', bron FOD Mobiliteit en Vervoer

In 2012 werd in totaal 11 miljard kilometer met bedrijfswagens gereden, terwijl dat in 2007 nog 10,7 miljard was. In Frankrijk wordt een bedrijfswagen nauwelijks aangeboden, in een reportage op France 2 gaf een journalist zelf het voorbeeld: "je bent bijvoorbeeld secretaris in een bedrijf, hebt absoluut geen auto nodig want je moet je niet verplaatsen, en toch krijg je een wagen".

Subsidie-rijden

Nu, het klopt dat de trein niet altijd op tijd is en dat De Lijn geen bussen voorziet na 22u, maar het perverse systeem van auto- en wegensubsidies laat dit ook niet toe. Kijk bijvoorbeeld naar de recente goedkeuring voor de verbreding van de Brusselse Ring, de constante investeringen in autowegen omdat er niet voor betaald dient te worden (geen rekeningrijden) en de oversubsidiëring van bedrijfswagens.
Recent onderzoek van de OESO wijst uit dat ons land per bedrijfswagen per jaar 2.763 euro subsidie uitreikt. Ter vergelijking: Canada betaalt 57 euro per jaar per auto. Géén enkel land doet 'beter' dan België. Een groot probleem is volgens de OESO dat er door de overheid enkel wordt getaxeerd op het autobezit door het bedrijf en niet op de aantal gereden kilometers. Dit zorgt ervoor dat bedrijfswagens niet enkel voor woon-werkverkeer kunnen gebruikt worden maar ook om op vakantie te gaan bijvoorbeeld.
Deze ondertaxering van bedrijfswagens in België en andere OESO landen zorgt voor een enorme druk op het milieu, de OESO berekende dat de totale milieukost al is opgelopen tot 116 miljard euro (gezondheidszorg, gevolgen van klimaatverandering op economie) . De algemene, gemeenschapskost is dus veel groter dan de winst voor enkelen.

Klik op de afbeelding om naar de volledige studie geleid te worden.

Klik op de afbeelding om naar de volledige studie geleid te worden.

Wat nu?

Ondertussen stuurt de OESO aan op een heuse tax shift, weg van inkomen en op consumptie, vervuiling en grote inkomens (vermogenswinstbelasting). Dit zou bedrijven moeten toestaan om aantrekkelijke mobiliteitsbudgetten aan te bieden aan hun werknemers. 

Investeren in openbaar vervoer moet een topprioriteit worden: tariefstijgingen werken averechts en zullen dus tot een dalend gebruik leiden. Het is hierbij belangrijk dat openbaar vervoer 'holistisch' wordt gezien, over de Gewestgrenzen heen, met eventueel geïntegreerde vervoerspasjes voor alle aanbieders. De steden, die de meeste auto's moeten slikken, moeten worden voorzien van P+R zones en een stadstol.

Op korte termijn, vooraleer er een tax shift plaatsvindt, moet rekeningrijden ingevoerd worden. Vaak zijn mensen te lui om op de fiets te springen of zelfs te voet naar de winkel te gaan, laat staan met de trein te gaan werken. We houden van onze stalen cabines. Op korte termijn zal dit de gewenste gedragsverandering teweegbrengen. De gegenereerde inkomsten dienen te worden geïnvesteerd in openbaar vervoerinfrastructuur en niet enkel en alleen in het onderhoud en bijbouwen van wegen, zoals Ben Weyts onlangs stipuleerde.

 

'Brussel is van het je-m'en-foutisme, het wat-kan-mij-het-schelen'

© Luis Mendo

© Luis Mendo

Mirjam Bosgraaf van de Volkskrant belde me op voor een gesprekje over Brussel. Een stad waar ze nog nooit was geweest. Op basis van mijn impressies pende ze een mooi stukje neer. Dit werd in de weekendeditie (1/11/14) van de Volkskrant gepubliceerd, tezamen met enkele 'hotspots' waaronder Corica, Jour de Fête en Wiels.

Een ongrijpbare stad: Brussel is provinciaal maar ook kosmopolitisch. Historisch maar ook hipsterig. Prachtig maar ook lelijk. 'Brussel is absurd', zegt geboren Brusselaar Kwinten Lambrecht. 'Dat komt omdat Brussel uit negentien deelgemeenten bestaat die zich weinig van elkaar aan trekken. Dat het fietspad opeens eindigt bij de deelgemeentegrens kan alleen hier. Want Brussel is van het je-m'en-foutisme hè, het wat-kan-mij-het-schelen. Hier zie je dagelijks een koelkast die iemand op de stoep heeft achtergelaten. Het heeft ook iets anarchistisch. Daarom hou ik van Brussel. En om de internationale sfeer en de dynamiek. Mijn wijk, rond het Bloemenhofplein, daar durfde je vroeger niet op kot te gaan of je 's avonds op straat te vertonen. Maar er kwamen nieuwe architectuur, koffiebarretjes en jonge gezinnen. Terwijl overal op cultuur wordt bezuinigd, is de Van Volxemlaan een artistieke buurt geworden. Wiels zit er, Anne Teresa De Keersmaeker's school en Brass, de Fondation A Stichting, Komplot - allemaal culturele centra. Dat kan dan weer in Brussel.'

Het artikel met knappe visuals kan je hier en hier raadplegen.

De stad is schoner zonder auto's

- Dit opiniestuk werd ook in De Morgen gepubliceerd -

Zelf werk ik al bijna twee jaar in de Wetstraat, de uitlaat van Brussel. Op een paar honderd meter de uitgang van Brussel, de Belliardstraat. Mopperend loop ik hier bijna iedere ochtend op het voetpad, binnensmonds auto's vervloeken, niet te veel proberen ademen. Ach, de smaak van diesel...

Het zwarte hart van Europa. Veel aandacht werd er aan de EU wijk niet gegeven op vlak van duurzame mobiliteit of planning. Zowat alle straten lopen evenwijdig met elkaar, wat een maximale snelheid toelaat op de rechte stukken en waardoor ook de doorstroming wordt bevorderd voor de duizenden auto's (45.000 door de Wetstraat op een weekdag blijkbaar) die hier dagelijks binnenstormen. Claxonnerend, zenuwachtig kijkend naar het groene licht voor voetgangers: "nog 15 seconden!".

De buurt is op maat gemaakt van auto's, bewijze de Belliardstraat zonder fietspad, bewijze het beton en de verborgen groene ruimte. Als er dan aandacht wordt besteed aan 'de mens', vertaalt zich dit in een situatie waar bijvoorbeeld op de Wetstraat fietser en voetganger hetzelfde pad delen, met alle gevolgen van dien.

Onlangs publiceerde Leefmilieu Brussel de resultaten van een onderzoek dat de aanwezigheid van 'Black Carbon', gevaarlijke fijnstof deeltjes, vergeleek op Autoloze zondag en gewone weekdagen. De resultaten van deze studie zijn hallucinant:

Black Carbon is een polluent die ontstaat tijdens het verbrandingsproces. Hij maakt deel uit van de groep zeer fijne polluenten (diameter kleiner dan 0,5 micron) en vertegenwoordigt 10 tot 20% van de massa van de PM10-deeltjes. In Brussel wordt Black Carbon hoofdzakelijk uitgestoten door het wegverkeer (vooral het roet van dieselmotoren) en de verwarming (stookolie en hout).

Black Carbon is een polluent die ontstaat tijdens het verbrandingsproces. Hij maakt deel uit van de
groep zeer fijne polluenten (diameter kleiner dan 0,5 micron) en vertegenwoordigt 10 tot 20% van de
massa van de PM10-deeltjes. In Brussel wordt Black Carbon hoofdzakelijk uitgestoten door het
wegverkeer (vooral het roet van dieselmotoren) en de verwarming (stookolie en hout).

Er werd afgeklokt op een concentratie die 20 maal lager lag op Autoloze zondag dan op een doordeweekse werkdag. Hoelang kunnen we het als maatschappij nog toelaten dat deze toxische stoffen door het bloed van duizenden inwoners wordt gepompt? Vaststellen kan, maar een (politieke) reactie is vereist.

Gedragsverandering van pendelaars en autobestuurders kan alleen worden gestuurd door de overheid. Door massaal te investeren in iets wat nu economisch nog niet te waarnemen valt: gezondheidszorg. Fijnstof is een stille doder, het is bewezen dat ze astma, hartfalen, longkanker veroorzaakt.

Vanaf 4 januari 2016 mogen in Antwerpen, niet (meer) de meest progressieve stad, oude Dieselwagens de binnenstad niet meer in. Waar blijven de moedige politici in Brussel?

Om het in economische termen uit te drukken: de 'produciviteit' van deze mensen, deze stad, het menselijk kapitaal zal erop acheruitgaan indien we niet dringend investeren in overstapparkings (10.000, zo staat in het Brussels regeerakkoord), in méér openbaar vervoer, in fietspaden, in duurzame vervoerswijzen en in een afname van bedrijfswagens door deze financieel onaantrekkelijk te maken.

De vraag dringt zich op: zullen we investeren in onze toekomstige gezondheid, of binnen enkele jaren allemaal de rekening betalen?

Een must voor Brussel

De Fietsersbond vroeg me om voor hun nieuwsbrief een korte column te schrijven over fietsen in Brussel. Hieronder vind je het resultaat.

Als je vaak in Brussel komt, of je woont er zoals ik, zal het je misschien niet verbazen: dit is na Milaan de meest dichtgeslibde stad van Europa. Het drukke autoverkeer heeft enorme implicaties op de gezondheid van Brusselaars, maar ook op de reistijd in de binnenstad. De fiets is voor beide problemen de ideale oplossing: wie fietst helpt zichzelf en andere Brusselaars aan een betere gezondheid en is meestal op de snelste manier van Schaarbeek naar Elsene.

Als fietser in Brussel voel ik me vaak erg klein. Fietsethiek zoals we die in Nederland kennen is er niet: auto’s rijden te snel, chauffeurs zien je vaak niet of gaan je in het ergste geval verbaal of fysiek te lijf.

Enerzijds speelt infrastructuur hierbij een grote rol, aangezien fietsers in Brussel meestal dezelfde weg moeten delen met automobilisten. Anderzijds moet die fietsethiek er écht komen vooraleer mensen het zadel op durven te springen. En dat doe je door drastisch in te grijpen. Steden die succesvol en modern willen zijn moeten de auto durven uitwuiven. De stad is aan de mensen.

Laat je intussen niet afschrikken. Dichtgeslibd of niet, de fiets is en blijft hét vervoersmiddel om een stad te ontdekken. Brussel pluis je uit door de ene straat omhoog te rijden, de andere straat naar links te draaien, en dan weer een park door, om uiteindelijk terecht te komen in een andere wereld die er zowel kan uitzien als een dorpje in de Provence maar evengoed als een hippe buurt in Berlijn.

Op je stadsfiets of mountainbike adem je, ruik je de stad. Op een Villo! of een Blue-bike zie je, beleef je de stad. Laten we Brussel tonen dat 'fietser' geen ideologisch geladen begrip is, maar een absolute must voor een betere toekomst.

'Doe iets aan lelijke Villo's en lege standplaatsen'

© Anja Galicia

© Anja Galicia

Naar aanleiding van de blog post die ik samen met mijn broer Ruben schreef, vroeg Brussel Deze Week me om een opiniestuk te schrijven over Villo. Hieronder vind je de volledige tekst terug. PS: we hebben trouwens nooit wat van JCDecaux gehoord, ook niet wanner we de taalfouten op hun website aangeduid hadden.

Enkele weken geleden stond in deze krant letterlijk te lezen dat het slechte weer Villo heel wat parten heeft gespeeld. Welnu, de weerman mag niet de schuld krijgen van een falend, maar potentieel sterk merk, vindt Kwinten Lambrecht, die heel wat suggesties voor het deelfietsensysteem heeft.

Ik moet op een afspraak zijn. De volgende bus is er pas over een kwartier en er is geen metrostation te bespeuren, zoals wel vaker in Brussel. Ik spring op een Villo deelfiets, maar dan begint het te regenen... Teleurgesteld parkeer ik de fiets en besluit te voet verder te gaan. “Eureka, het ideale scenario”, moeten ze bij Villo gedacht hebben, “laten we regenachtig België als hoofdreden geven voor het slabakkende gebruik van onze service.”

Fietsen is in Brussel de snelste manier om je te verplaatsen van A naar B. Met Villo hoef je je geen zorgen te maken over je fietsslot, en hoef je die verdomde heuvel niet meer op te sjokken achteraf. Deelfietsen wakkeren in vele steden een beweging aan die veel verder reikt dan enkel fietsen as such. Villo biedt inwoners een milieuvriendelijk alternatief dat er tevens voor zorgt dat publieke ruimte totaal anders wordt ervaren en genoten.

De slechte staat van de fietsen daarentegen is een vaak voorkomend probleem. Voor velen klinkt het waarschijnlijk niet onbekend in de oren dat er wel eens een pedaal afbreekt, een spatbord hapert, een zadel naar beneden schuift, een rem tegen het wiel blijft plakken. Na een slechte ervaring op weg naar bijvoorbeeld Kunst-Wet of het Park van Vorst weet je het wel: de volgende keer terug met het openbaar vervoer. À propos, je moet al Planckaert-kuiten hebben om met de Villo-tank een heuvel te trotseren. Daarom lijkt het aangewezen om ofwel de fietsen minder zwaar te maken, ofwel te experimenteren met semi-elektrische fietsen. Al blijft dat waarschijnlijk een toekomstdroom.

Stadssnelwegen
Data zijn het nieuwe goud, wordt door technerds van Google en Facebook geopperd. Gelijk hebben ze, door middel van data analyses kunnen problemen worden opgespoord en opgelost. De MIVB bijvoorbeeld analyseert het Mobib-gebruik op al haar lijnen om zo de voertuigfrequentie of het tijdsschema aan te passen. Bij Villo hebben ze dat nog niet zo goed begrepen. De Zuidmarkt, een evenement dat altijd op hetzelfde moment plaatsvindt, wordt overstelpt met deelfietsen tussen 8 en 14 uur. Iemand moet toch zien dat station Kunst-Wet leeg is (en blijft) op werkdagen vanaf 16 uur? Ook wanneer een station al een twee dagen leegstaat, wordt het dan geen tijd om het te hervullen?

De data van duizenden Villogebruikers, en hun routes, zijn gratis te raadplegen en toch slaagt men erin om er geen gebruik van te maken. Probeer Villo maar eens te bellen in het weekend of na de kantooruren wanneer je lek bent gereden in Ter Kamerenbos: computer says no. Ook de Facebookpagina, een medium waar meer en meer mensen gebruik van maken om gehoord te worden, was in augustus met vakantie, zo stond te lezen. Daar gaan als digital native mijn haren van rechtstaan.

Volgens Benjamin Barber, politicoloog en stadsonderzoeker, komen innovaties zoals deelfietsensystemen voort uit communicatie en niet zozeer op basis van wetgeving. Dit zou betekenen dat het Villo zo vrij straat om te ‘spieken’ bij andere steden en van de best practices te leren. Sinds de lancering van de New York Citi Bikes in 2013 is het concept een bloeiend succes. Maar ook dichter bij huis in Lyon, de stad die vaak vergeleken wordt met Brussel, ziet de situatie er helemaal anders uit. De fietsen zijn licht, het netwerk bereikbaar en het abonnement is geïntegreerd in de Lyon City Card, de toeristenpas van de stad. Ook al eens aan toeristen proberen uitleggen hoe Villo nu precies werkt? Well, actually…

Terwijl ze in Antwerpen nota bene op een wachtlijst moeten staan voor een ‘Velo’, stagneert het gebruik ervan in Brussel. Is Villo wel cool genoeg? Neen, de fietsen zien er niet hip uit. Dus moet je je als organisatie of/en Gewest afvragen hoe je meer mensen op de deelfiets krijgt. Brusselaars moeten fier zijn op de fiets waar ze op rijden. JCDecaux moet z’n stoute schoenen aantrekken door bijvoorbeeld een ontwerpwedstrijd te organiseren voor een hippe stadsfiets. Of waarom vragen we Bonom – de graffitikunstenaar - niet om bepaalde stations te voorzien van een knap laagje verf? Van positief vandalisme gesproken. Aan creativiteit geen gebrek in Brussel, en wat schoon is wordt bemind.

Uiteraard kan één organisatie alleen het Gewest niet doen fietsen. Brussel heeft een heuse infrastructuurachterstand opgelopen doorheen de jaren, door gebrekkige Gewestplanning maar ook door het njet van gemeentebesturen – zo getuigt de late introductie van Villo in een aantal ‘gegoede’ gemeenten. Voor heel wat inwoners is fietsen tout court geen optie, ze hebben schrik. Ikzelf ben ook bang; van de scheldpartijen, de optrekkende auto’s, de ongeduldige chauffeurs en de stadssnelwegen. Het Gewest heeft een heuse achterstand weg te werken op vlak van zachte mobiliteitsvoorzieningen en Villo kan hierbij een grote rol spelen.

Mobiliteit staat niet stil, mobiliteit doet een stad leven. Wanneer ook de deelfiets er de brui aan geeft, wordt Brussel een werkstad en geen leefstad. Dus, Villo, schouders recht, opgeheven hoofd en trappen maar.

Kwinten Lambrecht,
Brussel-Stad
www.lambyk.com