Wanneer fiets en bus een baanvak moeten delen by Kwinten Lambrecht

Open brief van Pieter aan De Lijn.

Beste buschauffeur van De Lijn,

Maandagochtend omstreeks 08H35 fietste ik, in de as van de Leopold II laan, ter hoogte van het Saincteletteplein. Bij gebrek aan een fietspad, reed ik tussen de tramsporen, de baan die ook jouw bus volgt richting centrum. Jij reed aan volle snelheid achter me aan en toeterde meermaals om mij duidelijk te maken dat ik, voor jou, te traag ging. Net voorbij de bocht van de tram, een heikel punt om over te fietsen, stak je me bruusk en rakelings voor bij. Ik voelde de luchtverplaatsing. Ik lag er bijna onder.

Je reed zo snel dat je zeer scherp rechts moest bij halen om nog op tijd aan de volgende halte kunnen stoppen (op de Antwerpselaan, thv Metrohalte Ijzer). Voor mij fietste een jonge moeder die jouw razernij niet gezien had. Ze kon nog uitwijken. Ze lag er bijna onder. Ze schreeuwde het uit. Kwaad. Angstig.

Ik fiets al jaren in Brussel. Ik hou van de vrijheid. Ik zal het nooit opgeven. Maar het is een gevecht. Het loopt weldra fataal af. Verander je gedrag. Nu.

Met Vriendelijke Groeten,

Pieter

Er kwam een rookverbod, wanneer een ‘autoverbod’? by Kwinten Lambrecht

Bram Algoed, autoverbod

Gastbijdrage door gelijkgezinde Brusselaar, Bram Algoed.

Het is het jaar 2003, ik ben 13 jaar oud en pendel dagelijks naar Brussel. Op de overvolle trein is het zoeken naar een zitplaats. Ik worstel mij door een paar wagons, maar vind geen zitplaats. Ik geef het op en neem plaats in de rokerscoupé. Geheel uit vrije wil, omdat ik niet niet in het gangpad wil gaan staan, en omdat ik niet beter weet. Net als de man tegenover mij, die er geen probleem van maakt om te roken in de buurt van een minderjarige: omdat hij niet beter weet.

Het lijkt bijna ondenkbaar dat er 13 jaar geleden nog gerookt werd op de trein. Amper vijf jaar geleden werd het rookverbod ook naar de horeca uitgebreid. Een vastgeroeste gewoonte die we nooit zouden kunnen afzweren, omdat dit de hele sector zou kapot maken, lijkt vandaag de normaalste zaak ter wereld. Een oude gewoonte inruilen voor een nieuwe is nooit leuk. We maken ons op voorhand graag druk over de vrijheden die we zullen moeten opofferen. Achteraf blijkt het steeds mee te vallen en beseffen we plots dat het de passieve roker is die jarenlang zijn vrijheid heeft afgestaan.

Vrijheid voor de stadsbewoner

Nog zo een gewoonte is het autogebruik in de stad. Momenteel is de wagen er alomtegenwoordig, maar dat valt minder en minder te verantwoorden. Mits enkele uitzonderingen, inwoners die 100 procent het recht hebben op het gebruik van een (eigen) auto, kan de grote meerderheid niet argumenteren waarom net zij het verdienen om met een wagen in de stad te rijden. Niet alleen is een auto ontzettend vervuilend (smog is geen neveneffect van de stad, maar van de auto), maar eist ‘het ding’ op de koop toe 2/3 van de publieke ruimte op. Bovendien staat een wagen meer dan 90% van de tijd geparkeerd. Argumenten als ‘gebruiksgemak’ en ‘comfort’ wegen hier echt niet tegenop. Een stad is in de eerste plaats bedoeld om te leven. De slechte luchtkwaliteit en het gebrek aan ruimte maken haar onleefbaar. Hoog tijd om deze slechte gewoonte naar de prullenmand te verwijzen.

“Een stad is in de eerste plaats bedoeld om te leven. De slechte luchtkwaliteit en het gebrek aan ruimte maken haar onleefbaar.”

Flexibiliteit tonen, alternatieven bieden

We moeten overstappen naar flexibele mobiliteit. Per verplaatsing ga je nadenken welk vervoersmiddel het meest geschikt is.

Minder dan twee kilometer? Dat doe je gewoon te voet. Jouw tienduizend stappen heb je meteen gehaald en die zeldzame Pokémon krijg je er gratis bij. Minder dan tien kilometer? Dat gaat vlot met de fiets, jouw dokter had je toch aangeraden om minstens 30 minuten per dag te bewegen? Potentieel is dit ook het snelste vervoersmiddel, indien de infrastructuur nu nog even mee zou willen. Ben je toch niet goed te been of is het hondenweer? Dan neem je de bus, tram of metro.

Het gebruik van de auto ontmoedigen is een volgende stap. Steden als Kopenhagen en vooral Amsterdam hebben ook niet gewacht op de goede wil van hun inwoners om de stad autoluw te maken. Dit hebben ze opgelegd met ogenschijnlijk radicale ingrepen. Een ambitieus parkeerbeleid, waarbij het soms twee jaar wachten is op een parkeerkaart. Het gevolg is dat mensen geen twee maar drie keer nadenken voor ze met hun auto de stad inrijden. Recht vooruit die Nederlanders!

We moeten slaan én zalven. Je kunt niet enkel iets verbieden, als je geen waardig alternatief aanbiedt. Voetgangerszones en een streng parkeerbeleid moeten gekoppeld worden aan een doordacht openbaar vervoersnetwerk, met vlotte verbindingen naar transitparkings. Bovendien verdient de fiets een evenwichtig deel van de openbare weg, met brede fietspaden, fietsbruggen en fietsstraten.

Het is het jaar 2016. Ik ben 26 jaar oud en fiets dagelijks door Brussel. Ik worstel mij door het verkeer, op zoek naar een vrij stukje fietspad. Ik geef het op en schuif aan in de file. De auto voor mij jaagt CO2 en heel wat andere troep door mijn longen, omdat hij niet beter weet. En ik? Ik blijf fietsen, omdat ik geloof in beterschap.

Acht ideeën om zwerfvuil tegen te gaan by Kwinten Lambrecht

Bedankt aan BrusselBlogt voor de vertaling van dit artikel dat eerder in het Engels verscheen!


Ik woon in de Slachthuislaan in hartje Brussel, het centrum van België, de hoofdstad van Europa. Mijn buurt is ‘in ontwikkeling’. Het Brussels Gewest legt binnenkort aparte fietspaden aan en een enorm park aan de Ninoofsepoort. Op dit moment kunnen we enkel hopen dat de infrastructuurwerken er een betere plek van zullen maken. Want vandaag is mijn buurt vuil: onze groene plekken dienen als vuilnisbelt, de Kleine Ring is een autosnelweg zonder snelheidsbeperking (en geen enkele politicus kan het iets schelen) en onze straat bestaat uit zwerfvuilhotspots.

De afgelopen twee jaar waren de meeste hoeken van mijn straat voortdurend bezaaid met alles wat je je kunt voorstellen: wc’s, bedorven voeding, ontmantelde meubels, tapijten, enz. Ik heb verschillende keren geprobeerd via Twitter het probleem aan de kaak te stellen bij niet-visionaire politici zoals Fadila Laanan (Brussels staatssecretaris voor Openbare Netheid) en Karine Lalieux (Schepen van Openbare Reinheid van de stad Brussel). Zonder veel resultaat. Ik bedoel maar: als je belang hecht aan het gebruik van sociale media in je politieke communicatie, stop dan met jezelf te bewieroken voor de grote daden die je stelt in je leven. Neem je verantwoordelijkheid,  geef ‘je’ burgers antwoorden, reik oplossingen aan. In Brussel gebruiken enkel de schepenen Els Ampe en Ans Persoons de sociale media effectief om te communiceren met de burgers.

Lalieux, die al sinds 2006 (!) bevoegd is voor openbare netheid, antwoordde mij ooit door haar eigen initiatieven te prijzen, zonder aandacht te hebben voor het echte probleem: dag na dag wordendezelfde plaatsen gebruikt om afval te dumpen. Tijdens een wijkbijeenkomst negeerde ze mijn vraag, dus ik besloot er niet meer naartoe te gaan. Misschien heeft ze het te druk met haar tweede baan als parlementslid in het Federaal Parlement. Kun je je voorstellen dat je voltijds parlementslid bent en tegelijk de verantwoordelijkheid draagt voor de netheid van een stad met meer dan 100.000 inwoners? Dat is te gek om los te lopen!

De vraag blijft waar al dat afval vandaan komt. Mijn straat moet in duistere kringen bekend staan als ‘the place to be’ om je te ontdoen van je vuilnisbak, want één, of zelfs vijf families samen, kunnen het afval niet produceren dat we dagelijks aantreffen in onze straat. Mijn punt is: als je weet dat sommige plaatsen bekend staan als hotspot, waarom treedt er dan iemand op? Het maakt het nog moeilijker om de buurt waar je woont te respecteren als je al het afval om je heen ziet. We zijn letterlijk de toekomst van onze kinderen aan het verspillen. Tot dusver zijn ze opgegroeid met het idee van smerige straten en konden ze nooit spelen in het park aan de andere kant van de straat, omdat het gereserveerd is voor de nare gewoonten van een aantal Brusselaars en, wie weet, mensen van ver daarbuiten!

De situatie die ik hierboven geschetst heb, doet waarschijnlijk een belletje rinkelen bij vele Brusselaars, dus laten we proberen constructief te zijn. Hieronder vind je acht suggesties om het afvalprobleem in Brussel te lijf te gaan:

  1. Repressie: gebruik camera’s, zoals in Molenbeek, om plaatsen voor een aantal dagen te observeren en bestraf de criminelen.

  2. Plaats ondergrondse afvalcontainers en laat mensen ze altijd gratis gebruiken.

  3. Organiseer ruilmarkten voor inwoners, waar je spullen die je niet nodig hebt inruilt voor dingen die je buren aanbieden.

  4. Organiseer meer dan twee gratis inzamelingsrondes voor grofvuil per jaar. Doe het elke maand en communiceer er verstandig over.

  5. Mensen weten niet wanneer het tijd is om de blauwe, witte of gele zakken buiten te zetten. Informeer hen met speciale kalenders.

  6. Geef de burgers stimulansen. Laat hen groenafval van fruit en groenten naar wijkcompostcentra brengen.  Zodra ze twintig kilogram afval gecomposteerd hebben, krijgen ze een gratis zakje potgrond om planten en bloemen te kweken op hun terras of in hun tuin.

  7. Organiseer guerrilla-acties om aan te tonen dat je wijk vervuilen niet door de beugel kan, zoals inLissabon of in Londen.

  8. Zorg voor meer publieke ruimte. Vorm de parking annex stortplaats op de Poincarré- en Slachthuislaan zo snel mogelijk om tot een groene oase.

Formuleer gerust jouw ideeën of laat weten wat je ervan vindt!

Fietspaden in Brussel Centrum: Verdwijnt ambitie samen met verf? by Kwinten Lambrecht

Is er nog geld voor nieuwe fietspaden in Brussel? We kunnen het alleen maar hopen of proberen te raden, de processen-verbaal van de Fietscommissie werden namelijk sinds oktober 2015 niet meer publiek gemaakt. Is er voor de huidige fietspaden in Brussel, ongeveer een jaar geleden dé troef van het nieuwe circulatieplan, nog geld voor het onderhoud? Blijkbaar niet.

De 'fietspaden' smelten als sneeuw voor de zon, waardoor de veiligheid van de (aspirerende) Brusselaar op de fiets in gedrang komt. De fietspaden vervagen doordat auto's er graag op parkeren of rijden, en door het slechte weer uiteraard. Er blijft ook troep op de fietspaden liggen; van glas, tot kiezelstenen of zelfs bloembakken (!).

Een greep uit een fietstocht op de Stalingradlaan, Agustijnenstraat, Visverkopersstraat, Zwarte Lievevrouwstraat,...

Dat de aanleg van afgescheiden fietspaden op zich laat wachten, is nog enigszins te begrijpen - vergunningen je weet wel - maar het ontbreekt de stad aan ambitie om zelfs de bestaande geschilderde paden te onderhouden. Als je weet dat een waterverf-fietspad een levensduurte heeft van ongeveer 6 maanden, moet je daarop kunnen anticiperen. Tijd voor actie; om het gebruik van de fiets verder aan te moedigen en om te tonen dat het de Stad Brussel menens is.

UPDATE

Schepen Ampe heeft beloofd dat er deze maand nog (juni 2016) werken gepland zijn.

En er zijn plannen in de maak voor afgescheiden fietspaden...

5 communicatietips voor handelaars in de voetgangerszone by Kwinten Lambrecht

Ik schreef een artikel in het Engels over de 5 tips voor handelaars 'in case of pedestrianisation'. BrusselBlogt.be was zo vriendelijk om deze post te vertalen. Je vindt ze integraal hieronder! Ik kwam trouwens ook op radio BRUZZ om de vijf tips nog wat verder toe te lichten.


Talrijke handelaars geven de nieuwe voetgangerszone in Brussel de schuld van hun dalende inkomsten. De piétonnier wordt vaak gepercipieerd als het apocalyptische monster dat Brussel de dood in jaagt. De waarheid is dat we geconfronteerd werden met de ‘lockdown’, de aanslagen, een veel lager aantal toeristen dan gewoonlijk, enzovoort. Vanuit communicatiestandpunt is de Stad Brussel er duidelijk niet in geslaagd om te voldoen aan de verwachtingen van veel Brusselaars en handelaars. Het lijkt alsof er geen communicatieplan aan het project voorafging en dat breekt ons nu zuur op.

De handelaars zijn erg ontevreden. Dat is gedeeltelijk te begrijpen, maar ze hebben ook zelf de verantwoordelijkheid om te communiceren over de metamorfose in het centrum van Brussel. Stel je voor dat ik een webshop opende zonder reclame te maken via sociale media en Google Adwords? Ik zou binnen enkele weken failliet zijn.

1. Glimlach

Er heeft zich een belangrijke verandering voorgedaan in je regio, je stad? Glimlach! Laat je klanten zien dat je het project ondersteunt. Deel bloemen uit op de dag van de grote opening en leg aan je trouwe klanten uit hoe ze hun favoriete winkel gemakkelijk kunnen bereiken.

2. Klaag niet

Wat is er vervelender dan mensen die over alles de hele tijd klagen? Blijf positief.  Ga op zoek naar oplossingen samen met de Stad Brussel (die een enorme fout heeft begaan om helemaal niet effectief te communiceren over de voetgangerszone). Maar laat je niet meeslepen door haat en woede, omdat je daarmee mensen zult afschrikken.

3. Denk visueel

Maak een folder om uit te leggen wat er gaat veranderen of wat er veranderd is in het gebied. Geef je etalage extra zichtbaarheid door uit te pakken met een aantal leuke slogans of zinnen zoals  ‘De coolste T-shirts van #pietonnierbxl’.

4. Geef aanmoedigingen

Betaal het parkeerticket van je klanten terug. Waarom zou je niet proberen om het kortingsbonnetje te voorzien van het logo van je winkel, zodat je klanten je zullen herinneren? Een vorm van partnerschap kan gemakkelijk opgezet worden met parkinguitbaters. Als alternatief kun je de mensen die komen met de fiets of het openbaar vervoer een korting van 5 à 10 procent geven op hun aankoop.

5. Investeer in digitale communicatie

Een investering van 100 euro per maand in betaalde reclame kan al het verschil maken. Adverteer naar je (potentiële) klanten hoe ze je kunnen bereiken en verspreid positieve vibes via sociale media en Google Adwords. Een minimale inspanning kan je helpen om je omzetcijfers weer te doen stijgen. Kledingzaak Privejoke levert bijvoorbeeld uitstekend werk op dat vlak. Het is de enige handelszaak in het centrum waarvan ik al advertenties zag passeren.

Extra: Vraag het aan je collega’s

Vraag handelaars in andere delen van de stad wat ze hebben ondernomen toen hun straat werd omgetoverd in een voetgangerszone. De Grasmarkt is bijvoorbeeld al meer dan vier jaar autovrij nu, en de winkels doen er gouden zaken. En hoe zit het met handelaars uit andere steden, zoals Gent en Namen? Wat hebben ze gedaan om te anticiperen op het voetgangersgebied?

De loopgravenoorlog pro/contra Piétonnier moet stoppen. Het is tijd voor handelaars, burgers én het stadsbestuur om aan één zeel te trekken en om de negatieve beeldvorming te veranderen van het project dat de kwaliteit van ons leven zal doen toenemen. Klagen zal ons alleen maar minder aantrekkelijk maken!

Brussel: Tous ensemble? by Kwinten Lambrecht

'Tous ensemble', het is de leuze die we als Belgen het liefst in de mond nemen wanneer we naar de belangrijkste bijzaak van het leven, voetbal, kijken. Bij het voetbal overheerst dit gevoel, maar in onze samenleving allerminst.

We hebben de afgelopen weken veel voorbij zien flitsen: van "opkuisen", tot "belofte tot opkuis nakomen", tot "we hebben hem" en dan heb ik het nog niet over de meisjes en jongens die onze sociale media bevuilen met toogpraat die zelfs de toog van het bruinste café niet waard is.

Wat of wie kuisen we op? De 'andere'? De kinderen en kleinkinderen van de arbeiders die ons vuil werk opknappen en dat nog steeds doen? Velen zouden het willen, maar uitroeien van mensen mag je niet, daar zijn internationale regels aan verbonden. Het uitroeien van sociale onzekerheid en uitsluiting daarentegen kan, mag, moet dezer dagen meer dan ooit. 

Als rijke Nederlandstalige (Vlaamse neem ik liever niet in de mond) Brusselaar groeide ik op in schooltjes naast een bos, in het groen of dicht bij huis. De kansen lagen en liggen nog steeds voor het grijpen.

En wat zien we in Molenbeek of andere minder welgestelde buurten van Brussel? Verloedering, nauwelijks groen of open ruimte, volgestouwde terrassen bij gebrek aan plaats. En op de Nederlandstalige school (van mijn moeder) vlakbij Beekkant? Een speelplaats zo groot als mijn appartement, kinderen die aan elektrische vuurtjes moeten hangen in de winter, lege brooddozen, bijzonder weinig buitenschoolse activiteiten door geldgebrek en leerkrachten die er alles aan doen om het leven zo leuk en eerlijk mogelijk te maken.

De ongelijkheid begint in Brussel in de wieg.

Is deze ongelijkheid de reden voor terrorisme of criminaliteit? Neen, maar het kan wel één van de oorzaken zijn. 

Het komt er dan ook op aan om te blijven investeren in de opkuis van de straten, van de sociale achterstand, van de vreselijke school- of sportinfrastrctuur waarin onze jongeren vandaag moeten ploeteren.

Iedereen in het cachot steken is makkelijk, 'zin' geven vraagt uitzonderlijk veel moeite maar het is wel de meest duurzame oplossing op lange termijn.