Fietsen

Winterpriktips voor fietsers, zo moeilijk is dat niet by Kwinten Lambrecht

Dit stuk verscheen eerder in De Morgen.

Kwinten Lambrecht is 29 jaar en Brusselaar, heeft zijn eigen communicatieagentschap KWIN en blogt over mobiliteit op www.lambyk.com.

We gingen slapen met de herinnering aan de bloedmaan, stonden op met zicht op een vuurzee in de hemel en gingen, walsend door een wit tapijt, koffie drinken. De sneeuw is in het land.

Met sneeuw maak je sneeuwmannen, gigantische sneeuwballen of sneeuwengels, of gele tekeningen. Laat het voor iedereen wat wils zijn. Wat een rust straalt die sneeuw toch uit. Geluid wordt gedempt, contouren van gebouwen worden zoveel mooier en de dwarrelende vlokken hebben iets van confetti.

Een feest voor de ogen is het, maar niet altijd voor de banden. Ieder jaar opnieuw, bij het vallen van de eerste vlokjes, posten nagenoeg alle media servicestukjes met ronkende titels als ‘7 tips om veilig in de sneeuw te rijden’ of ‘Vergeet alles wat u dacht te weten over rijden op sneeuw en ijs’. Het land staat letterlijk elke keer in rep en roer. Maar waar blijven de tips voor mensen die de fiets gebruiken? ‘Die zotten zullen wel binnen blijven’, moet men denken op de redacties.

En toch, fietsen in de sneeuw is perfect mogelijk. Zo getuige de spectaculaire beelden uit Kopenhagen, waar het leven de hele winter wordt gedomineerd door sneeuwbuien. Fietspaden worden er dagelijks geruimd met speciaal ontworpen strooi- en veegmachines en voor de rest wordt er lekker voortgereden. Volgens mobiliteitsconsultancy Copenhagenize blijft 80 procent van de mensen die de fiets dagelijks gebruiken ook bij sneeuw fietsen.

Toegegeven, het is wat aanpassen. Zeker omdat de mediasneeuwstorm ons deze ochtend allerhande tips vergat te geven. Bij deze: een poging, op basis van de do’s-and-don’ts voor automobilisten die ik her en der las.

Eigenlijk is het zo moeilijk niet. Beginnen doen we door onze koppeling lichtjes los te laten, door met andere woorden de andere voet op te heffen en die rustig op het tweede pedaal te plaatsen. Indien de remmen het niet doen bij een eerste test, gebruik dan ontvriezer ter versoepeling. Rijden doen we met iets minder gezwinde tred dan tijdens de zomertijd: neem 12 à 15 kilometer per uur als gemiddelde. De versnelling plaatsen we in het midden, zodat slipgevaar voorkomen wordt. Met onze 1x1 zoeken we vooral baantjes op die bestrooid zijn geweest – in België is die kans klein. Probeer overigens geen slachtoffer te zijn van smeltwater dat door de concullega’s in wagens jouw richting uit wordt gestuurd. Bochtjes nemen we breed, door op de motor te remmen, ook gekend als ‘uitbollen’.

Sneeuwbuien bieden géén uitgelezen kans om je nieuwe Bianchi-, Colnago- of Specialized-racebandjes te testen op baanvastheid. Kies voor je lompe stadsfiets, je zal hem nog dankbaar zijn. Gebruik trouwens nooit één enkele rem, rem simultaan zonder bruuske bewegingen. 

In een van de artikels over autopret in de sneeuw ten slotte staat ook dat je ‘comfortabele kledij’ moet aantrekken, een ski-jas is op de fiets geen overbodige luxe. Als je naar een thematisch verkleedfeest moet, laat je een witte outfit best achterwege. Handschoenen zorgen voor extra warmte aan de vingertoppen.

Ziezo, met bovenstaande tips kom je al een heel eind, lieve tweewielers. Kijk vooral goed om je heen, laat je niet opjagen en ontwijk wagens die de controle kwijt zijn door zo snel mogelijk van je fiets te springen. Volg trouwens eens het spoor van een voorganger, de witte groeven leiden je misschien naar een geweldig mooi verhaal of avontuur. Wie weet.

Maak van ‘voorrangsknikje’ woord van het jaar in 2019 by Kwinten Lambrecht

Dit stuk verscheen eerder in De Morgen.

‘Moordstrookje’ is het woord van het jaar 2018. Ik had er nog nooit van gehoord, maar ergens in het Vlaamse vlakke land, tussen Brugge en De Panne bijvoorbeeld, vind je er honderden. Het is een ‘beleveniswoord’: auto’s en vrachtwagens die rakelings naast je tweewieler scheren, op één van de vele steenwegen of N-wegen die ons landje rijk is. Van lintbebouwing naar lintbebouwing. Balancerend op een overloopje zonder afgrond. De luchtdruk doet je letterlijk aanvoelen wat een kracht zo’n voorbijrazend projectiel zou kunnen hebben bij impact.

Impact, zo ook alweer dinsdag toen iemand die de fiets gebruikte – zeg géén fietser, want de persoon in kwestie koos voor de fiets als vervoersmiddel – werd aangereden op het Meiserplein in Brussel, place Misère in de volksmond. Fietsen op het Meiserplein is als voor de leeuwen gegooid worden: hoe sneller je er wegraakt, hoe groter je overlevingskansen. In 2018 alleen werden meer dan 600 letselongevallen gerapporteerd, in werkelijkheid zullen het er waarschijnlijk meer zijn.

Gebrek aan moordstrookjes

Komt het door de moordstrookjes? Waarschijnlijk niet. Gelet op de ambitie van sommige baron-burgemeesters die al jaren lang op dezelfde bestofte stoel zitten, kunnen we enkel dromen over moordstrookjes. Vaak is er van een fietspad, laat staan verf, geen sprake. Tussenoplossingen zoals een slalom tussen voetpad en rijweg worden actief aangemoedigd in Brussel (zie de Facebook-pagina van Velodossier voor voorbeeldjes) en vaak is het behelpen tussen stationerende wagens en plots eindigende fietspaden op de grensovergangen tussen gemeenten.

Het moet gezegd: de regering van het Brusselse Gewest investeerde de afgelopen jaren fors in fietsinfrastructuur en fietscommunicatie. Onder leiding van minister Pascal Smet (sp.a), Rudi Vervoort (PS) en Bianca Debaets (CD&V) werd vooruitgang geboekt. Maar Brussel zou Brussel niet zijn zonder politieke tegenstellingen, want terwijl ‘pro-fiets’-politici hun nek uitsteken voor veilige infrastructuur, blijven politieke dino’s zich verzetten tegen ingrijpende, zachte mobiliteitsmaatregelen op hun lapje grond. Die versplintering van verantwoordelijkheidszin, want daar komt het op neer, mondt in Brussel al te vaak uit in een puzzel van okergele fietspaden, lijntjes en fietssuggestiestroken. Terwijl fietsen enkel opbrengt, voor jezelf en de samenleving.

Het is beangstigend hoe mensen in hun bolide door het lint gaan tegen anderen die hún weg versperren

Naastenliefde

Kerstmis staat voor de deur. Meestal een periode waarin zowel knusheid, naastenliefde als warmte centraal staan. In het verkeer is daar jammer genoeg weinig van te merken. ‘Ieder voor zich’, luidt de Brusselse verkeersslogan. Meer dan 170.000 vaak individuele pendelaars razen dagelijks Brussel binnen, terwijl amper de helft van de Brusselse gezinnen een wagen bezit. Er is dus ruimte voor verbetering. Maar ondertussen leidt de met diesel volgepropte, toeslibbende verkeersaorta die Brussel heet tot menig conflict. Roestvrij staal versus vlees op roestvrij staal, 1 ton versus 80 kilogram mens.

‘In de auto word je iemand anders’, wordt wel vaker gezegd. Het zelfvertrouwen groeit recht evenredig met de zetelverwarmingmeter en de filefuifbeats die door je radio knallen. Op weg naar huis of naar een volgende afspraak proberen we vooral te blijven rijden, met Waze in de aanslag. Zolang het maar blijft rijden. En tijdens deze stressprocessie ontmenselijken we vaak de ander: andere bestuurders, maar ook mensen te voet of op de fiets. Het is beangstigend hoe mensen in hun bolide door het lint gaan tegen anderen die hún weg versperren, met scheldpartijen en soms fysieke agressie als gevolg. En ja, mensen op de fiets rijden al eens op het voetpad of tussen wagens, maar hiervoor verwijs ik graag naar een van de bovenstaande paragrafen. En ja, volhoudende critici, mensen die de fiets gebruiken rijden al eens door het rood en dat moet worden bestraft.

Wie weet, met wat meer empathie en naastenliefde zoals die ook rond de kerstboom wordt gevierd, verkiezen we volgend jaar misschien ‘voorrangsknikje’ als woord van het jaar? Hoop doet fietsen.

Oogkleppenpolitiek in Brussel: een bloemlezing by Kwinten Lambrecht

Het stadsbestuur heeft in vele opzichten teleurgesteld de voorbije jaren. Niet alleen Samusocial, het Eurostadion, het optrekken van onnodige bouwwerken zoals NEO en Parking 58, de onprofessionele communicatie rond de voetgangerszone, het nattevingerwerk qua mobiliteit, de netheid etc. Het is een enorme waslijst waarvoor het hele college verantwoordelijk is en moet worden afgestraft.

Heet hangijzer: Mobiliteit

Mobiliteit wordt hét topic in de komende jaren. Mobiliteit as such, namelijk het bewegen in de stad, maar ook de effecten van mobiliteit zijn niet te overzien; iedere dag vallen er doden of gewonden (zelfs op het zebrapad, zie ook destroybxl.tumblr.com), krijgen we te maken met geluidsoverlast én heeft ‘mobiliteit’ nefaste gevolgen voor onze longcapaciteit.

Els Ampe, die verantwoordelijk is voor het en-en beleid en dus eigenlijk niet durft te kiezen voor de stad van de toekomst is de laatste jaren méér dan een wolf in schapenvacht geweest. Ze heeft onderzoeken naast zich neergelegd (ifv het circulatieplan), wist de Handelskaai om te dopen in de Doodskaai, ging vier parkings graven, had zogezegd voor alles vergunningen op zak en tekende op kleuterlijke wijze fietspadenplannen uit die steeds terug naar de tekentafel bij de grote jongens en meisjes moesten. Het is een brokkenparcours geweest en toch blijkt alles zo goed te gaan. Zo hebben we er blijkbaar meer dan 70 km fietspaden bijgekregen, tonnen fietsnietjes en fietsboxen en vooral verf, veel verf.

Anderlechtsestraat

Over verf gesproken. Het voorbeeld dat ik hieronder uit de doeken wil doen is illustratief voor de oogkleppenpolitiek van het hele stadsbestuur, mevrouw Ampe incluis.

Het moet ergens in 2016 geweest zijn. De Anderlechtestraat rook nog naar de verse verf van het mooie fietspad richting de ring. Bewoners krijgen plots een briefje in de bus waarin wordt gevraagd of ze deze situatie willen behouden of de tweerichtingsstraat terug willen. De uitslag spreekt boekdelen: bewoners willen het fietspad behouden. Een tijdje later wordt de straat terug opgengemaakt in twee richtingen. Er worden gele lijnen getrokken en het fietspad blijft er verbazingwekkend genoeg liggen. Auto’s rijden dus over het fietspad: van sensibilisering en educatie gesproken naar chauffeurs toe.

Anderlechtsestraat

Wanneer een bewoner vraagt waarom de situatie plots veranderde, ook na het zogezegde participatiemoment, krijgt die een mail van Ampe’s medewerker:

mail Els Ampe

De situatie zou hersteld worden na de werken aan de Ninoofsepoort. Die werken zijn al maanden gedaan en guess what: auto’s rijden nog steeds in twee richtingen, de straat ligt er belabberd bij en na verschillende vragen antwoordt de schepen nog steeds niet. Tot daar de participatie.

Burgers met een hart voor hun buurt, die de dingen in vraag durven te stellen worden gewoon genegeerd en met de vinger gewezen als linkse rakkers. Ondertussen gaat de good news show verder, worden échte mobiliteitsoplossingen weggelachen en hameren Ampe en haar collega’s op het belang van de metro. Correct, maar een metro graaf je niet zomaar uit in het moerassige Brussel. Quick wins? No way. Quick politics? Al veel te lang.

Dit college verdient ons niet. Peace.

Beste Els... by Kwinten Lambrecht

Dit is een gastbijdrage door Hannes Nolf.

Els,

Laten we gewoon concluderen dat iedereen die  regelmatig binnen de vijfhoek van Stad Brussel wandelt, fietst of met de auto rijdt er in de afgelopen zes jaar heeft kunnen zien dat er niets gebeurd is voor de fietser in Stad Brussel.

Daar heeft geen fietser, appontwikkelaar, kritische burger, autobestuurder of ééndagstoerist geen kaartje, open date of promotiepraatje voor nodig.

Of zie ik het verkeerd Els?

Eigenlijk moest je in deze zes jaar helemaal niet zoveel doen om klaar (en trots) te zijn voor de verkiezingen van aanstaande 14 oktober. Visie, daadkracht en resultaat zijn Brusselaars immers niet gewoon in deze stad.

Je had enkel het geld moeten gebruiken die je van het Brusselse gewest kreeg om vanaf de Kapellekerk op de Keizerslaan naar de Kunstberg en het centraal station tot aan de Wetstraat, aansluitend op de binnenring een verhoogd en afgescheiden fietspad moeten aanleggen. Ongeveer anderhalve kilometer.

Dan had je alvast één grote fietsas binnen de vijfhoek gecreëerd, en had je kunnen uitpakken met je visie op mobiliteit en fietsen in de stad.

Aan de voetgangerszone hoefde je helemaal niets te doen, daar zorgt de Federale Regering via Beliris immers voor. Een cadeautje aan Stad Brussel, gratis en voor niets.

Had je echt wat geld uitgetrokken voor de fietser, dan lag er nu al een afgescheiden en verhoogd fietspad van het kanaal via de Dansaertstraat tot aan de Beurs. Slechts 650 meter, maar direct resultaat en een tweede grote fietsas door de vijfhoek. Het zou toen al niet meer stuk gelopen zijn!

Moest je in de afgelopen zes jaar echt een visie voor de fiets hebben gehad, dan had je fietsers een afgescheiden fietspad kunnen geven op de Handelskaai vanaf de ring tot aan de Varkensmarkt en verder via de Léon Lepagestraat tot aan de Dansaert.

Kers op de taart zou de aanleg van een verhoogd en afgescheiden fietspad met brede voetpaden op de  Zuidstraat kunnen geweest zijn. Liefst verkeersvrij, zoals je initieel gepland had. De Zuidstraat sluit aan de ene kant perfect aan op de voetgangerszone en aan de andere kant op het Zuidstation via de Stalinggradlaan. Een heuse fietsas!

Els, had je één echt fietspad in die lange zes jaar kunnen verwezenlijken, dan had niemand je kwalijk genomen dat je enkel hier en daar eens je verfborstel hebt boven gehaald en een fietspad of kleurrijk zebrapad hebt gemarkeerd of herschilderd.

Jammergenoeg koos je ervoor om niets voor de fiets te doen en je door een wesp gestoken te voelen als burgers of een kritische journalist je vraagt om je 26 kilometer aan fietspaden.

Gelukkig zijn er binnenkort verkiezingen en kan iedereen opnieuw kiezen. Maar maak ons alsjeblieft niets wijs.

Veel succes.

We verliezen iedere dag meters fietspaden in Brussel by Kwinten Lambrecht

Aaah die zomer van 2015, waarbij we dachten dat we twee jaar later een voetgangerszone zouden krijgen, de stad een duurzame richting zou inslaan, waarbij Brussel een pioniersrol zou spelen op vlak van stadsvernieuwing, ... Je herinnert ze wel, die mooie zomer. Er werden 3 kilometer nieuwe fietspaden beloofd, bomen, groene zones, weelde.

Meer dan twee jaar later, ettelijke nutteloze discussies en getouwtrek later zijn we nergens. De verf is al lang opgedroogd en op verschillende plaatsen verdwenen. Een echte duurzame mobiliteitsaanpak hebben we nog niet mogen zien en voor de rest blijft alles bij het oude.

Wat vooral opvalt is de stille dood van de vele (aangekondigde) fietspaden. Doodgemaakt door de Stad Brussel en haar politieke klasse. Het lijkt erop alsof de Photoshop 'Eraser Tool' meermaals werd gebruikt in het straatbeeld. Er werd ons 3.000 meter trappersplezier beloofd, maar we moeten vaststellen dat we hier elke dag, stilzwijgend meters, kilometers van zien verdwijnen. Bij elke 'herziening' van het circulatieplan verdwijnen fietspaden. Ook de aankondigingspolitiek over fietspaden op de Keizerslaan, Kantersteen, en zo veel meer, blijft uit. 

Daarom is het tijd voor een overzicht, zodat de Stad Brussel en haar toegewijde bestuur het kan rechtzetten. Het is maar een (fiets)suggestie, uiteraard...

Anderlechtsestraat

Anderlechtsestraat

Van vrijliggend fietspad naar *niets*.

stalingradlaan.jpg

Stalingradlaan

Fietsers versperd.

Adolphe Max.jpg

Adolphe Maxlaan

RIP, fietspad.

Mechelsestraat.jpg

Mechelsestraat

Only the strong survive.

Zuidstraat

Zuidstraat (kant Rouppe)

Fietspad weggeschraapt.

Zespenningenstraat

Zespenningenstraat

Parking.

Zuidstraat

Zuidstraat (kant Beurs)

De hemel voor dubbelparkeerders.

Kopenhagen is geen Disneyland voor fietsers by Kwinten Lambrecht

In de zomervakantie brachten we enkele weken door in Stockholm en Kopenhagen, allebei voorbeelden van steden die goed scoren als het gaat om levenskwaliteit, openbare ruimte en welzijn.

Kopenhagen beviel me het meest, vanwege zijn fantastische fietspaden, innovatieve infrastructuur en plekken om te eten, te drinken en rond te hangen. We hadden het geluk om wat tips te krijgen van mijn goede vriend Kristoffer.

Vaak hoor ik van mensen dat Kopenhagen geweldig is, omdat het een fietswalhalla is. Zelfs autofreaks raken er bekeerd. Toeristen krijgen er de natuurlijke reflex om hun auto thuis te laten en om meerdere kilometers met de fiets te rijden, zelfs als het regent. Ze zien het bijna als een toeristische attractie om al die Denen dag in dag uit te zien rondrijden.

Copenhagen-LAMBYK.png

Dat brengt mij tot het beslissende punt: beleidsmakers in Kopenhagen hebben hun stad op menselijke schaal ontworpen. Het is geen Disneyland, het is niet zo gemaakt omdat fietsen leuk is. Nee, de stad staat ten dienste van haar burgers en dat uit zich in fantastische parken, plaatsen om te zwemmen, straten waar kinderen kunnen spelen en fietspaden die je bijna knuffelen.

Terug thuis stappen de toeristen weer in hun auto’s en ze vertellen elkaar dat ze een fijne fietsvakantie hadden. Einde verhaal. Het autoleven gaat door. En je kan hun niets verwijten. Want onze beleidsmakers hebben het zo moeilijk gemaakt om te fietsen dat je nog steeds gek verklaard wordt als je vertelt dat je met de fiets bent gekomen. Bedrijfswagens, verschrikkelijke infrastructuur, politici zonder visie…. Het is een gevaarlijke, conservatieve cocktail die voor eens en altijd moet worden weggespoeld.

Het potentieel om mensen op de fiets te krijgen, bestaat. Je moet hun enkel de weelde aanbieden die ze krijgen in ‘fietsstad’ Kopenhagen. Gewoon wachten op duizenden durvers die de straten van Brussel (en Vlaanderen en Wallonië) inpalmen, is te optimistisch.

Swimming pool copenhagen

Bedankt www.brusselblogt.be voor de vertaling van deze blog post, die eerder verscheen in het Engels.