De ongelijke strijd / by Kwinten Lambrecht

Een normale weekdag, ik besluit om erop uit te trekken. Een auto heb ik niet, en aangezien het weer goed meevalt neem ik de fiets. Ik moet langs het Zuidstation, over de Fonsnylaan en moet de straat delen met auto's die langs mij voorbij zoeven. Een fietspad is er jammer genoeg niet op deze gewestweg, ook niet na de heraanleg.

Ik word bijna aangereden door een automobilist die druk bezig is met een sigaret. Ik kijk teleurgesteld om maar dat zint mijnheer niet; wanneer we afslaan naar links schuift de automobilist zijn raampje open en begint mij uit te schelden. 'La prochaîne fois je fais comme ça *scheldwoord*' en hij draait zijn auto naar mij toe, ik ontwijk en begin zwaar aangeslagen te roepen en tieren. 

Ik bereik mijn bestemming en plof lichtjes aangeslagen in de zetel. De vrienden stellen me gerust: 'die man had ook een andere chauffeur op dezelfde manier behandeld'. Ik ben kwaad en ga weer denken over tolerantie, over fietsbanen, over later, waar gaan we naartoe?

We komen op café terecht, ik parkeer mijn fiets tegen een paaltje op de stoep. Na enkele rondjes en uurtjes later wikkel ik me in mijn fluo gevechtsuitrusting, klaar voor de strijd. Jammer genoeg heeft mijn fiets het opgegeven. Een rode auto, de verf hangt er nog aan, heeft bij een manoeuvre mijn achterwiel vermoord. Vluchtmisdrijf. Een likje verf voor de auto, meer dan honderd euro voor mij. Dan maar met de Villo naar huis.

Ook in tegengestelde richting op de Fonsnylaan voel ik de hete adem van de zoevende auto's in mijn rug. Ook de trambedding wordt door de automobilisten gebruikt om snelheidsheuvels te ontwijken. Ondertussen blijven de Blue Bikes aan het Zuidstation onaangeraakt, want zonder infrastructuur fietsen we niet.

Wat verder, op de Van Volxemlaan, staan zoals altijd auto's en bestelwagens geparkeerd op het fietspad. Ook hier verlies ik de strijd en moet ik me bij de auto's vervoegen. 

Villo geparkeerd, bijna thuis, ik wil de straat over steken maar er staat een auto op het zebrapad geparkeerd. 

Weer verloren.