De stad is schoner zonder auto's / by Kwinten Lambrecht

- Dit opiniestuk werd ook in De Morgen gepubliceerd -

Zelf werk ik al bijna twee jaar in de Wetstraat, de uitlaat van Brussel. Op een paar honderd meter de uitgang van Brussel, de Belliardstraat. Mopperend loop ik hier bijna iedere ochtend op het voetpad, binnensmonds auto's vervloeken, niet te veel proberen ademen. Ach, de smaak van diesel...

Het zwarte hart van Europa. Veel aandacht werd er aan de EU wijk niet gegeven op vlak van duurzame mobiliteit of planning. Zowat alle straten lopen evenwijdig met elkaar, wat een maximale snelheid toelaat op de rechte stukken en waardoor ook de doorstroming wordt bevorderd voor de duizenden auto's (45.000 door de Wetstraat op een weekdag blijkbaar) die hier dagelijks binnenstormen. Claxonnerend, zenuwachtig kijkend naar het groene licht voor voetgangers: "nog 15 seconden!".

De buurt is op maat gemaakt van auto's, bewijze de Belliardstraat zonder fietspad, bewijze het beton en de verborgen groene ruimte. Als er dan aandacht wordt besteed aan 'de mens', vertaalt zich dit in een situatie waar bijvoorbeeld op de Wetstraat fietser en voetganger hetzelfde pad delen, met alle gevolgen van dien.

Onlangs publiceerde Leefmilieu Brussel de resultaten van een onderzoek dat de aanwezigheid van 'Black Carbon', gevaarlijke fijnstof deeltjes, vergeleek op Autoloze zondag en gewone weekdagen. De resultaten van deze studie zijn hallucinant:

Black Carbon is een polluent die ontstaat tijdens het verbrandingsproces. Hij maakt deel uit van de groep zeer fijne polluenten (diameter kleiner dan 0,5 micron) en vertegenwoordigt 10 tot 20% van de massa van de PM10-deeltjes. In Brussel wordt Black Carbon hoofdzakelijk uitgestoten door het wegverkeer (vooral het roet van dieselmotoren) en de verwarming (stookolie en hout).

Black Carbon is een polluent die ontstaat tijdens het verbrandingsproces. Hij maakt deel uit van de
groep zeer fijne polluenten (diameter kleiner dan 0,5 micron) en vertegenwoordigt 10 tot 20% van de
massa van de PM10-deeltjes. In Brussel wordt Black Carbon hoofdzakelijk uitgestoten door het
wegverkeer (vooral het roet van dieselmotoren) en de verwarming (stookolie en hout).

Er werd afgeklokt op een concentratie die 20 maal lager lag op Autoloze zondag dan op een doordeweekse werkdag. Hoelang kunnen we het als maatschappij nog toelaten dat deze toxische stoffen door het bloed van duizenden inwoners wordt gepompt? Vaststellen kan, maar een (politieke) reactie is vereist.

Gedragsverandering van pendelaars en autobestuurders kan alleen worden gestuurd door de overheid. Door massaal te investeren in iets wat nu economisch nog niet te waarnemen valt: gezondheidszorg. Fijnstof is een stille doder, het is bewezen dat ze astma, hartfalen, longkanker veroorzaakt.

Vanaf 4 januari 2016 mogen in Antwerpen, niet (meer) de meest progressieve stad, oude Dieselwagens de binnenstad niet meer in. Waar blijven de moedige politici in Brussel?

Om het in economische termen uit te drukken: de 'produciviteit' van deze mensen, deze stad, het menselijk kapitaal zal erop acheruitgaan indien we niet dringend investeren in overstapparkings (10.000, zo staat in het Brussels regeerakkoord), in méér openbaar vervoer, in fietspaden, in duurzame vervoerswijzen en in een afname van bedrijfswagens door deze financieel onaantrekkelijk te maken.

De vraag dringt zich op: zullen we investeren in onze toekomstige gezondheid, of binnen enkele jaren allemaal de rekening betalen?