Hoe zit het met de luchtkwaliteit in Brussel? / by Kwinten Lambrecht

BRAL organiseerde laatst een infoavond over de luchtkwaliteit in Brussel. Daar is de laatste jaren heel wat om te doen, aangezien we beetje bij beetje weet beginnen te krijgen welke de impact is van luchtvervuiling op ons lichaam. Meten is weten, dat bevestigde het exposé van Olivier Brasseur, onderzoeker bij Leefmilieu Brussel.

Stikstofmonoxide (NO) komt vrij bij verbranding, door allerhande chemische processen wordt deze stof verder omgezet in Ozon, NO2 en nitraten. De grootste oorzaak van die vebranding is het verkeer (67%), gevolgd door de verbranding van gas in boilers. 

PM10 en PM2.5, die andere boosdoeners, komen voor 75% voort uit menselijke activiteit. PM2.5 wordt bijvoorbeeld vooral gevormd bij de verbranding van dieselmotoren terwijl 30% van de PM10 deeltjes wordt uitgestoot door vervoer en verwarming. Opvallend genoeg bestaat die 30% PM10 uit 85% (!) door de verbranding van hout. Olivier Brasseur (Brussel Leefmilieu) wist te vertellen dat door de economische crisis heel wat gezinnen zijn over- of teruggeschakeld op houtverwarming. Dit gaat desalniettemin gepaard met een enorme milieu- en gezondheidskost. Omdat de daggrenzen met betrekking tot PM10 zeer vaak (meer dan 35 per jaar) worden overschreven werd de Belgische Staat zopas, samen met Bulgarije (!), voor het Hof van Justitie van de EU gesleept.

De allergrootste oorzaak van de slechte luchtkwaliteit in Brussel is het gemotoriseerd verkeer, daar was Olivier Brasseur zeker van. De lage prijs van diesel en dito dieselwagens, dat 3 tot 20 keer vervuilender is dan benzine, is dan ook een groot probleem. Het Belgisch wagenpark bestaat dezer dagen voor 65% uit dieselwagens, en dat lijkt er niet op te verbeteren gezien de constante stijging aan salariswagens.
Het weekendeffect, zoals dat door experten wordt genoemd, zorgt er trouwens voor dat er 60% minder verkeer is in Brussel, wat uiteraard zijn implicaties heeft op de luchtkwaliteit...

Een zorgwekkende vaststelling echter is dat er nog geen langdurige metingen gedaan zijn van Black Carbon, de roetdeeltjes die vrijkomen bij, weeral, dieselwagens. Leefmilieu Brussel is een campagne gestart om die deeltjes te meten, waaraan ik zelf ook heb meegedaan (later meer!), maar het blijft wachten op langdurige metingen, en de effecten van Black Carbon op onze gezondheid. Maar, zeg nu zelf, wie ademt nu graag roet in?

Volgens de metingen en meetstations (te raadplegen via IRCEL-CELINE) verbetert de Brusselse luchtkwaliteit lichtjes, al geraken we niet af van die dekselse PM10 deeltjes. Wat mezelf en vele Brusselaars steeds verbaast is dat er maar geen schot in de zaak lijkt te komen. De tools en de good practices zijn er: Europese steden voeren lage-emissie zones in, kilometerheffingen, elektrisch oplaadbare bussen, schrappen parkingplaatsen,,... Waarom lukt het hier dan niet? Is het de autolobby, zijn het de bewoners, zijn het de politici die schrik hebben om deze 'onpopulaire' beslissingen en maatregelen te nemen? Is het een gevecht tussen Gemeenten en Gewest?

Bemoedigend is het absoluut niet. 'If mayors ruled the world', zegt Benjamin Barber, verwijzend naar de visionaire beslissingen die lokale beleidsmakers durven nemen om de stad en haar inwoners te beschermen. In Brussel 'rulen' we met te veel, en daar moet verandering in gebracht worden. De auto aan de kant laten staan kan voor inwoners als een drama aanvoelen, maar dan is het aan de visionaire politici om deze maatregelen veel holistischer te duiden: je gaat er van bewegen, gezondheidskosten dalen, kinderen kunnen op straat spelen, minder geluidsoverlast, minder rochels en verstopte neuzen. We staan op een kantelpunt, alweer.