Brussel

Ze was dertig. Het meisje, de jonge vrouw die gisteren werd doodgereden in Koekelberg by Kwinten Lambrecht

Dit artikel verscheen eerder op de website van De Morgen.

Ze was dertig. Het meisje, de jonge vrouw die gisteren werd doodgereden in Koekelberg. De moordzaak werd snel opgelost: de bestuurder van negentien jaar stak twee auto’s rechts voorbij op ‘het fietspad’ (lees: dun geschilderde lijnen op asfalt) en maaide de vrouw genadeloos omver. De bestuurder kon niet stoppen volgens de verslaggeving, de bestuurder was negentien. Dan heb je, als alles meezat, iets meer dan één jaar je rijbewijs. De bestuurder kwam diezelfde dag nog vrij. Hij was niet onder invloed.

Het mag fatalistisch klinken, maar we zijn de pedalen letterlijk kwijtgeraakt. Vroeger fietsten en marcheerden we kilometers naar het werk en sinds de auto het overnam, durven of willen we het niet meer. We gaven eerst landschappen en natuur af voor linten aan huizen en dan gaven we steden af voor autoboulevards. Hier staan we dan, in rusteloze landschappen van bewegende blikken, met zo veel ruimte voor vier wielen en zo weinig ruimte voor mensen.

Héél erg stilletjes, maar tergend langzaam sijpelt het bij beleidsmakers binnen dat het zo niet langer kan. In steden op nog geen twee uur treinen van hier zetten ze reuzenstappen, de gemeente Koekelberg daarentegen ging zelf nog geen twee jaar geleden fel tekeer tégen trajectcontroles die het gewest wilde invoeren in en rond de Leopold II-tunnel.

Wie zich vandaag nog niet bewust is van de negatieve impact van het verkeer op de stad en ver daarbuiten, draagt een loodzware verantwoordelijkheid. Zonder veilig bewegen geen stad, en omgekeerd. Ouders durven hun kinderen niet meer alleen naar school te laten gaan, omdat er weleens een auto ‘niet op tijd zou kunnen stoppen’. We durven niet meer over te steken, want de chauffeur achter glas maakte nog geen oogcontact, of gebaarde nog niet ‘ga maar’ met zijn hand boven het stuur.

Wie “ze pesten de automobilist” nog durft uit te spreken, mag de praktijktesten veilig oversteken op een zebrapad en fietsen op een strookje van 60 centimeter zelf invoeren en als eerste uitproberen. Veel succes ermee.

Ik ben zelf afkomstig uit Koekelberg en fiets geregeld vanuit het centrum terug naar de roots om de stilte van mijn ouders’ stadstuin op te zoeken. Of om lekker te eten. Mama, die me altijd vraagt waar mijn helm is gebleven, gaf me een fluohesje. Ik deed het deze keer wél aan, denkend aan de overleden leeftijdsgenote vol dromen op een mooie lentedag.

De dag waarop het nog geen zomer werd, maar wel al zomeruur.

Ik fiets naar huis, auto’s zoeven voorbij, er wordt geclaxonneerd, motoren ronken en racen wat verderop, wagens staan op zebrapaden geparkeerd. Nee, de stad is nog niet van de mensen. Ze moeten het stilletjes aan zelf gaan willen, de mensen.

Maak van ‘voorrangsknikje’ woord van het jaar in 2019 by Kwinten Lambrecht

Dit stuk verscheen eerder in De Morgen.

‘Moordstrookje’ is het woord van het jaar 2018. Ik had er nog nooit van gehoord, maar ergens in het Vlaamse vlakke land, tussen Brugge en De Panne bijvoorbeeld, vind je er honderden. Het is een ‘beleveniswoord’: auto’s en vrachtwagens die rakelings naast je tweewieler scheren, op één van de vele steenwegen of N-wegen die ons landje rijk is. Van lintbebouwing naar lintbebouwing. Balancerend op een overloopje zonder afgrond. De luchtdruk doet je letterlijk aanvoelen wat een kracht zo’n voorbijrazend projectiel zou kunnen hebben bij impact.

Impact, zo ook alweer dinsdag toen iemand die de fiets gebruikte – zeg géén fietser, want de persoon in kwestie koos voor de fiets als vervoersmiddel – werd aangereden op het Meiserplein in Brussel, place Misère in de volksmond. Fietsen op het Meiserplein is als voor de leeuwen gegooid worden: hoe sneller je er wegraakt, hoe groter je overlevingskansen. In 2018 alleen werden meer dan 600 letselongevallen gerapporteerd, in werkelijkheid zullen het er waarschijnlijk meer zijn.

Gebrek aan moordstrookjes

Komt het door de moordstrookjes? Waarschijnlijk niet. Gelet op de ambitie van sommige baron-burgemeesters die al jaren lang op dezelfde bestofte stoel zitten, kunnen we enkel dromen over moordstrookjes. Vaak is er van een fietspad, laat staan verf, geen sprake. Tussenoplossingen zoals een slalom tussen voetpad en rijweg worden actief aangemoedigd in Brussel (zie de Facebook-pagina van Velodossier voor voorbeeldjes) en vaak is het behelpen tussen stationerende wagens en plots eindigende fietspaden op de grensovergangen tussen gemeenten.

Het moet gezegd: de regering van het Brusselse Gewest investeerde de afgelopen jaren fors in fietsinfrastructuur en fietscommunicatie. Onder leiding van minister Pascal Smet (sp.a), Rudi Vervoort (PS) en Bianca Debaets (CD&V) werd vooruitgang geboekt. Maar Brussel zou Brussel niet zijn zonder politieke tegenstellingen, want terwijl ‘pro-fiets’-politici hun nek uitsteken voor veilige infrastructuur, blijven politieke dino’s zich verzetten tegen ingrijpende, zachte mobiliteitsmaatregelen op hun lapje grond. Die versplintering van verantwoordelijkheidszin, want daar komt het op neer, mondt in Brussel al te vaak uit in een puzzel van okergele fietspaden, lijntjes en fietssuggestiestroken. Terwijl fietsen enkel opbrengt, voor jezelf en de samenleving.

Het is beangstigend hoe mensen in hun bolide door het lint gaan tegen anderen die hún weg versperren

Naastenliefde

Kerstmis staat voor de deur. Meestal een periode waarin zowel knusheid, naastenliefde als warmte centraal staan. In het verkeer is daar jammer genoeg weinig van te merken. ‘Ieder voor zich’, luidt de Brusselse verkeersslogan. Meer dan 170.000 vaak individuele pendelaars razen dagelijks Brussel binnen, terwijl amper de helft van de Brusselse gezinnen een wagen bezit. Er is dus ruimte voor verbetering. Maar ondertussen leidt de met diesel volgepropte, toeslibbende verkeersaorta die Brussel heet tot menig conflict. Roestvrij staal versus vlees op roestvrij staal, 1 ton versus 80 kilogram mens.

‘In de auto word je iemand anders’, wordt wel vaker gezegd. Het zelfvertrouwen groeit recht evenredig met de zetelverwarmingmeter en de filefuifbeats die door je radio knallen. Op weg naar huis of naar een volgende afspraak proberen we vooral te blijven rijden, met Waze in de aanslag. Zolang het maar blijft rijden. En tijdens deze stressprocessie ontmenselijken we vaak de ander: andere bestuurders, maar ook mensen te voet of op de fiets. Het is beangstigend hoe mensen in hun bolide door het lint gaan tegen anderen die hún weg versperren, met scheldpartijen en soms fysieke agressie als gevolg. En ja, mensen op de fiets rijden al eens op het voetpad of tussen wagens, maar hiervoor verwijs ik graag naar een van de bovenstaande paragrafen. En ja, volhoudende critici, mensen die de fiets gebruiken rijden al eens door het rood en dat moet worden bestraft.

Wie weet, met wat meer empathie en naastenliefde zoals die ook rond de kerstboom wordt gevierd, verkiezen we volgend jaar misschien ‘voorrangsknikje’ als woord van het jaar? Hoop doet fietsen.

Oogkleppenpolitiek in Brussel: een bloemlezing by Kwinten Lambrecht

Het stadsbestuur heeft in vele opzichten teleurgesteld de voorbije jaren. Niet alleen Samusocial, het Eurostadion, het optrekken van onnodige bouwwerken zoals NEO en Parking 58, de onprofessionele communicatie rond de voetgangerszone, het nattevingerwerk qua mobiliteit, de netheid etc. Het is een enorme waslijst waarvoor het hele college verantwoordelijk is en moet worden afgestraft.

Heet hangijzer: Mobiliteit

Mobiliteit wordt hét topic in de komende jaren. Mobiliteit as such, namelijk het bewegen in de stad, maar ook de effecten van mobiliteit zijn niet te overzien; iedere dag vallen er doden of gewonden (zelfs op het zebrapad, zie ook destroybxl.tumblr.com), krijgen we te maken met geluidsoverlast én heeft ‘mobiliteit’ nefaste gevolgen voor onze longcapaciteit.

Els Ampe, die verantwoordelijk is voor het en-en beleid en dus eigenlijk niet durft te kiezen voor de stad van de toekomst is de laatste jaren méér dan een wolf in schapenvacht geweest. Ze heeft onderzoeken naast zich neergelegd (ifv het circulatieplan), wist de Handelskaai om te dopen in de Doodskaai, ging vier parkings graven, had zogezegd voor alles vergunningen op zak en tekende op kleuterlijke wijze fietspadenplannen uit die steeds terug naar de tekentafel bij de grote jongens en meisjes moesten. Het is een brokkenparcours geweest en toch blijkt alles zo goed te gaan. Zo hebben we er blijkbaar meer dan 70 km fietspaden bijgekregen, tonnen fietsnietjes en fietsboxen en vooral verf, veel verf.

Anderlechtsestraat

Over verf gesproken. Het voorbeeld dat ik hieronder uit de doeken wil doen is illustratief voor de oogkleppenpolitiek van het hele stadsbestuur, mevrouw Ampe incluis.

Het moet ergens in 2016 geweest zijn. De Anderlechtestraat rook nog naar de verse verf van het mooie fietspad richting de ring. Bewoners krijgen plots een briefje in de bus waarin wordt gevraagd of ze deze situatie willen behouden of de tweerichtingsstraat terug willen. De uitslag spreekt boekdelen: bewoners willen het fietspad behouden. Een tijdje later wordt de straat terug opgengemaakt in twee richtingen. Er worden gele lijnen getrokken en het fietspad blijft er verbazingwekkend genoeg liggen. Auto’s rijden dus over het fietspad: van sensibilisering en educatie gesproken naar chauffeurs toe.

Anderlechtsestraat

Wanneer een bewoner vraagt waarom de situatie plots veranderde, ook na het zogezegde participatiemoment, krijgt die een mail van Ampe’s medewerker:

mail Els Ampe

De situatie zou hersteld worden na de werken aan de Ninoofsepoort. Die werken zijn al maanden gedaan en guess what: auto’s rijden nog steeds in twee richtingen, de straat ligt er belabberd bij en na verschillende vragen antwoordt de schepen nog steeds niet. Tot daar de participatie.

Burgers met een hart voor hun buurt, die de dingen in vraag durven te stellen worden gewoon genegeerd en met de vinger gewezen als linkse rakkers. Ondertussen gaat de good news show verder, worden échte mobiliteitsoplossingen weggelachen en hameren Ampe en haar collega’s op het belang van de metro. Correct, maar een metro graaf je niet zomaar uit in het moerassige Brussel. Quick wins? No way. Quick politics? Al veel te lang.

Dit college verdient ons niet. Peace.

Een quick win voor het Zuidstation? by Kwinten Lambrecht

Niemand heeft ooit gezegd: 'Het Zuidstation, dé parel van Brussel!'. Neen, er worden zelfs petities gelanceerd om deze internationale reisbestemming te hertekenen. Duizenden mensen komen hier dagelijks aan en denken dan 'Wow, Brussels is dirty'. Ook het masterplan voor de Zuidwijk laat nog wat op zich wachten. Voorlopig parels voor de zwijnen dus.

Vandaag steen...

Vandaag steen...

Het is dus tijd voor een echte, typische, Brusselse quick win! De betonnen vlakte aan de kant van de Zuidertoren wordt vandaag amper benut. Ze dient als wekelijkse standplaats voor de Zuidmarkt en als sporadische parking voor taxi's. De enorm vlakte wordt dus 52 dagen per jaar gebruikt. De overige +300 dagen is het een stenen vlakte die wel eens van pas zou kunnen komen voor buurtbewoners, die letterlijk geen enkel park in de buurt hebben. 

...binnenkort parkje?

...binnenkort parkje?

Daarom dus: waarom maken we van deze grijze zone geen groene long, die ons recht door de Stalingradlaan, naar het mooie stadscentrum leidt? Het potentieel is enorm, wie durft te springen? Zowel voor het imago van de buurt als voor bewoners én toeristen zou dit een mooi cadeau zijn. Wat is er voor nodig? Een graafmachine, aarde, zaadjes, bloemen, planten, een basketbalring en wat kunstige ingrepen. Hierboven alvast een aanzet. Allez, en avance !

Aan gij die mij niet ziet by Kwinten Lambrecht

Dit is een gastbijdrage van Brusselvriend Bram Algoed.

Ongeluk - Bram Algoed

Het is een wrang ritueel geworden. Wanneer ik ‘s avonds thuis kom, vertel ik aan mijn vriendin hoe ik nipt aan een verkeersongeluk ontsnapt ben. Een autobestuurder dacht voorrang te hebben omdat hij zijn richtingaanwijzer gebruikte. Vervolgens vertelt zij mij hoe een taxi aan veel te hoge snelheid uit een zijstraat de hoofdweg opvliegt. De reden waarom wij überhaupt dit gesprek nog konden voeren, is te danken aan haar noodstop. Je kunt het al raden zeker? Wij verplaatsen ons in Brussel met de fiets. Niet omdat wij adrenaline junkies zijn, maar omdat de fiets in ons geval de efficiëntste keuze is. Fietsen in Brussel is op zich al een uitdaging, gezien de erbarmelijke staat van de infrastructuur, de zeven heuvels en het teveel aan gemotoriseerde voertuigen (kuch kuch). We treffen dan ook voldoende maatregelen: we dragen een helm, gebruiken goede fietsverlichting en kleden ons van top tot teen in fluo. Dit blijkt niet te volstaan, want maar al te vaak bazelt de automobilist: “Het spijt me, ik had u niet gezien”. Een betere repliek was geweest: “Ik heb niet gekeken.”

Een ongeval is snel gebeurd

Dat klopt. Zeker ook in het verkeer. Er is veel om op te letten, je bent ook niet altijd even alert, of de infrastructuur is onduidelijk. Een foutje maken is menselijk en een verkeersongeluk kan iedereen overkomen, zij het als slachtoffer, zij het als veroorzaker. Maar beseffen we wel nog wat de gevolgen kunnen zijn van zo’n ongelukje? Weten we allemaal wel dat een auto gemiddeld 1 ton weegt? Een ongelukje met de wagen kan al snel catastrofale gevolgen hebben.

Soms heb ik het gevoel dat een automobilist dit na een tijdje dreigt te vergeten, of dat hij de harde waarheid negeert. Want als je deze gevolgen beseft, haal je dan nog snel een fietser in om vervolgens rechts af te slaan? Probeer je dan een auto zijn voorrang af te snoepen, door hem te overbluffen met jouw snelheid? Scheer je dan en grande vitesse rakelings langs een voetganger?

Veel weggebruikers rekenen erop dat de andere geen fout zal maken, ze gaan er ook vanuit dat ze zelf alles gezien hebben. Negen op tien automobilisten waant zichzelf een betere chauffeur dan het gemiddelde. Dat is statistisch onmogelijk, en dat vat het hele probleem samen. Die grootheidswaanzin leidt tot het idee dat je tot op het randje (of er ver over) kunt gaan, want je stuurmanskunst zal je steeds uit de nood helpen. Hoor je dan geen veiligheidsmarge in te bouwen wanneer je je aan 50 km/u met een voertuig van 1 ton door de bebouwde kom verplaatst?

Een ongeluk zit in een klein hoekje

Waarom spreken we eigenlijk steeds over een ongeluk? Zelfs wanneer de omstandigheden aantonen dat de dader zijn uiterste best heeft gedaan om dit ongeluk uit te lokken. Of heeft de automobilist dan pech gehad toen hij aan 70 km/u in een zone 30 een overstekende voetganger op het zebrapad katapulteerde? Of wanneer je belt achter het stuur? Of je dronken rijdt of een voorrang negeert? Wanneer je even spookrijdt of je zijspiegel negeert?

In vele gevallen gaat het om doodslag, zonder voorbedachte rade. Dit klinkt heel ernstig, maar dat is het vergrijp ook. Wanneer je niet in staat bent om die veiligheidsmarge in te bouwen, wanneer je er niet alles aan wil doen om een ongeluk te voorkomen, kruip je beter niet achter het stuur. Probeer maar eens voor een praktijkexamen te slagen met zo’n rijstijl.

Alle weggebruikers maken fouten, ook voetgangers en de fietsers. In een ideale wereld scheidt de infrastructuur ons allen van elkaar. In afwachting van die utopie kan je toch maar best een veiligheidsmarge inbouwen, zodat zo’n foutje geen fatale gevolgen hoeft te hebben. Haast of comfort zouden nooit boven veiligheid geplaatst mogen worden. Wie een ongeluk veroorzaakt verdient een tweede kans, maar (te)veel slachtoffers krijgen deze niet.

Dit is een warme oproep aan de automobilist, om in deze koude dagen wat meer ruimte te geven aan de zachte weggebruiker.