Kopenhagen is geen Disneyland voor fietsers / by Kwinten Lambrecht

In de zomervakantie brachten we enkele weken door in Stockholm en Kopenhagen, allebei voorbeelden van steden die goed scoren als het gaat om levenskwaliteit, openbare ruimte en welzijn.

Kopenhagen beviel me het meest, vanwege zijn fantastische fietspaden, innovatieve infrastructuur en plekken om te eten, te drinken en rond te hangen. We hadden het geluk om wat tips te krijgen van mijn goede vriend Kristoffer.

Vaak hoor ik van mensen dat Kopenhagen geweldig is, omdat het een fietswalhalla is. Zelfs autofreaks raken er bekeerd. Toeristen krijgen er de natuurlijke reflex om hun auto thuis te laten en om meerdere kilometers met de fiets te rijden, zelfs als het regent. Ze zien het bijna als een toeristische attractie om al die Denen dag in dag uit te zien rondrijden.

Copenhagen-LAMBYK.png

Dat brengt mij tot het beslissende punt: beleidsmakers in Kopenhagen hebben hun stad op menselijke schaal ontworpen. Het is geen Disneyland, het is niet zo gemaakt omdat fietsen leuk is. Nee, de stad staat ten dienste van haar burgers en dat uit zich in fantastische parken, plaatsen om te zwemmen, straten waar kinderen kunnen spelen en fietspaden die je bijna knuffelen.

Terug thuis stappen de toeristen weer in hun auto’s en ze vertellen elkaar dat ze een fijne fietsvakantie hadden. Einde verhaal. Het autoleven gaat door. En je kan hun niets verwijten. Want onze beleidsmakers hebben het zo moeilijk gemaakt om te fietsen dat je nog steeds gek verklaard wordt als je vertelt dat je met de fiets bent gekomen. Bedrijfswagens, verschrikkelijke infrastructuur, politici zonder visie…. Het is een gevaarlijke, conservatieve cocktail die voor eens en altijd moet worden weggespoeld.

Het potentieel om mensen op de fiets te krijgen, bestaat. Je moet hun enkel de weelde aanbieden die ze krijgen in ‘fietsstad’ Kopenhagen. Gewoon wachten op duizenden durvers die de straten van Brussel (en Vlaanderen en Wallonië) inpalmen, is te optimistisch.

Swimming pool copenhagen

Bedankt www.brusselblogt.be voor de vertaling van deze blog post, die eerder verscheen in het Engels.