Maak van ‘voorrangsknikje’ woord van het jaar in 2019 / by Kwinten Lambrecht

Dit stuk verscheen eerder in De Morgen.

‘Moordstrookje’ is het woord van het jaar 2018. Ik had er nog nooit van gehoord, maar ergens in het Vlaamse vlakke land, tussen Brugge en De Panne bijvoorbeeld, vind je er honderden. Het is een ‘beleveniswoord’: auto’s en vrachtwagens die rakelings naast je tweewieler scheren, op één van de vele steenwegen of N-wegen die ons landje rijk is. Van lintbebouwing naar lintbebouwing. Balancerend op een overloopje zonder afgrond. De luchtdruk doet je letterlijk aanvoelen wat een kracht zo’n voorbijrazend projectiel zou kunnen hebben bij impact.

Impact, zo ook alweer dinsdag toen iemand die de fiets gebruikte – zeg géén fietser, want de persoon in kwestie koos voor de fiets als vervoersmiddel – werd aangereden op het Meiserplein in Brussel, place Misère in de volksmond. Fietsen op het Meiserplein is als voor de leeuwen gegooid worden: hoe sneller je er wegraakt, hoe groter je overlevingskansen. In 2018 alleen werden meer dan 600 letselongevallen gerapporteerd, in werkelijkheid zullen het er waarschijnlijk meer zijn.

Gebrek aan moordstrookjes

Komt het door de moordstrookjes? Waarschijnlijk niet. Gelet op de ambitie van sommige baron-burgemeesters die al jaren lang op dezelfde bestofte stoel zitten, kunnen we enkel dromen over moordstrookjes. Vaak is er van een fietspad, laat staan verf, geen sprake. Tussenoplossingen zoals een slalom tussen voetpad en rijweg worden actief aangemoedigd in Brussel (zie de Facebook-pagina van Velodossier voor voorbeeldjes) en vaak is het behelpen tussen stationerende wagens en plots eindigende fietspaden op de grensovergangen tussen gemeenten.

Het moet gezegd: de regering van het Brusselse Gewest investeerde de afgelopen jaren fors in fietsinfrastructuur en fietscommunicatie. Onder leiding van minister Pascal Smet (sp.a), Rudi Vervoort (PS) en Bianca Debaets (CD&V) werd vooruitgang geboekt. Maar Brussel zou Brussel niet zijn zonder politieke tegenstellingen, want terwijl ‘pro-fiets’-politici hun nek uitsteken voor veilige infrastructuur, blijven politieke dino’s zich verzetten tegen ingrijpende, zachte mobiliteitsmaatregelen op hun lapje grond. Die versplintering van verantwoordelijkheidszin, want daar komt het op neer, mondt in Brussel al te vaak uit in een puzzel van okergele fietspaden, lijntjes en fietssuggestiestroken. Terwijl fietsen enkel opbrengt, voor jezelf en de samenleving.

Het is beangstigend hoe mensen in hun bolide door het lint gaan tegen anderen die hún weg versperren

Naastenliefde

Kerstmis staat voor de deur. Meestal een periode waarin zowel knusheid, naastenliefde als warmte centraal staan. In het verkeer is daar jammer genoeg weinig van te merken. ‘Ieder voor zich’, luidt de Brusselse verkeersslogan. Meer dan 170.000 vaak individuele pendelaars razen dagelijks Brussel binnen, terwijl amper de helft van de Brusselse gezinnen een wagen bezit. Er is dus ruimte voor verbetering. Maar ondertussen leidt de met diesel volgepropte, toeslibbende verkeersaorta die Brussel heet tot menig conflict. Roestvrij staal versus vlees op roestvrij staal, 1 ton versus 80 kilogram mens.

‘In de auto word je iemand anders’, wordt wel vaker gezegd. Het zelfvertrouwen groeit recht evenredig met de zetelverwarmingmeter en de filefuifbeats die door je radio knallen. Op weg naar huis of naar een volgende afspraak proberen we vooral te blijven rijden, met Waze in de aanslag. Zolang het maar blijft rijden. En tijdens deze stressprocessie ontmenselijken we vaak de ander: andere bestuurders, maar ook mensen te voet of op de fiets. Het is beangstigend hoe mensen in hun bolide door het lint gaan tegen anderen die hún weg versperren, met scheldpartijen en soms fysieke agressie als gevolg. En ja, mensen op de fiets rijden al eens op het voetpad of tussen wagens, maar hiervoor verwijs ik graag naar een van de bovenstaande paragrafen. En ja, volhoudende critici, mensen die de fiets gebruiken rijden al eens door het rood en dat moet worden bestraft.

Wie weet, met wat meer empathie en naastenliefde zoals die ook rond de kerstboom wordt gevierd, verkiezen we volgend jaar misschien ‘voorrangsknikje’ als woord van het jaar? Hoop doet fietsen.