Verkeersveiligheid

Maak van ‘voorrangsknikje’ woord van het jaar in 2019 by Kwinten Lambrecht

Dit stuk verscheen eerder in De Morgen.

‘Moordstrookje’ is het woord van het jaar 2018. Ik had er nog nooit van gehoord, maar ergens in het Vlaamse vlakke land, tussen Brugge en De Panne bijvoorbeeld, vind je er honderden. Het is een ‘beleveniswoord’: auto’s en vrachtwagens die rakelings naast je tweewieler scheren, op één van de vele steenwegen of N-wegen die ons landje rijk is. Van lintbebouwing naar lintbebouwing. Balancerend op een overloopje zonder afgrond. De luchtdruk doet je letterlijk aanvoelen wat een kracht zo’n voorbijrazend projectiel zou kunnen hebben bij impact.

Impact, zo ook alweer dinsdag toen iemand die de fiets gebruikte – zeg géén fietser, want de persoon in kwestie koos voor de fiets als vervoersmiddel – werd aangereden op het Meiserplein in Brussel, place Misère in de volksmond. Fietsen op het Meiserplein is als voor de leeuwen gegooid worden: hoe sneller je er wegraakt, hoe groter je overlevingskansen. In 2018 alleen werden meer dan 600 letselongevallen gerapporteerd, in werkelijkheid zullen het er waarschijnlijk meer zijn.

Gebrek aan moordstrookjes

Komt het door de moordstrookjes? Waarschijnlijk niet. Gelet op de ambitie van sommige baron-burgemeesters die al jaren lang op dezelfde bestofte stoel zitten, kunnen we enkel dromen over moordstrookjes. Vaak is er van een fietspad, laat staan verf, geen sprake. Tussenoplossingen zoals een slalom tussen voetpad en rijweg worden actief aangemoedigd in Brussel (zie de Facebook-pagina van Velodossier voor voorbeeldjes) en vaak is het behelpen tussen stationerende wagens en plots eindigende fietspaden op de grensovergangen tussen gemeenten.

Het moet gezegd: de regering van het Brusselse Gewest investeerde de afgelopen jaren fors in fietsinfrastructuur en fietscommunicatie. Onder leiding van minister Pascal Smet (sp.a), Rudi Vervoort (PS) en Bianca Debaets (CD&V) werd vooruitgang geboekt. Maar Brussel zou Brussel niet zijn zonder politieke tegenstellingen, want terwijl ‘pro-fiets’-politici hun nek uitsteken voor veilige infrastructuur, blijven politieke dino’s zich verzetten tegen ingrijpende, zachte mobiliteitsmaatregelen op hun lapje grond. Die versplintering van verantwoordelijkheidszin, want daar komt het op neer, mondt in Brussel al te vaak uit in een puzzel van okergele fietspaden, lijntjes en fietssuggestiestroken. Terwijl fietsen enkel opbrengt, voor jezelf en de samenleving.

Het is beangstigend hoe mensen in hun bolide door het lint gaan tegen anderen die hún weg versperren

Naastenliefde

Kerstmis staat voor de deur. Meestal een periode waarin zowel knusheid, naastenliefde als warmte centraal staan. In het verkeer is daar jammer genoeg weinig van te merken. ‘Ieder voor zich’, luidt de Brusselse verkeersslogan. Meer dan 170.000 vaak individuele pendelaars razen dagelijks Brussel binnen, terwijl amper de helft van de Brusselse gezinnen een wagen bezit. Er is dus ruimte voor verbetering. Maar ondertussen leidt de met diesel volgepropte, toeslibbende verkeersaorta die Brussel heet tot menig conflict. Roestvrij staal versus vlees op roestvrij staal, 1 ton versus 80 kilogram mens.

‘In de auto word je iemand anders’, wordt wel vaker gezegd. Het zelfvertrouwen groeit recht evenredig met de zetelverwarmingmeter en de filefuifbeats die door je radio knallen. Op weg naar huis of naar een volgende afspraak proberen we vooral te blijven rijden, met Waze in de aanslag. Zolang het maar blijft rijden. En tijdens deze stressprocessie ontmenselijken we vaak de ander: andere bestuurders, maar ook mensen te voet of op de fiets. Het is beangstigend hoe mensen in hun bolide door het lint gaan tegen anderen die hún weg versperren, met scheldpartijen en soms fysieke agressie als gevolg. En ja, mensen op de fiets rijden al eens op het voetpad of tussen wagens, maar hiervoor verwijs ik graag naar een van de bovenstaande paragrafen. En ja, volhoudende critici, mensen die de fiets gebruiken rijden al eens door het rood en dat moet worden bestraft.

Wie weet, met wat meer empathie en naastenliefde zoals die ook rond de kerstboom wordt gevierd, verkiezen we volgend jaar misschien ‘voorrangsknikje’ als woord van het jaar? Hoop doet fietsen.

Aan gij die mij niet ziet by Kwinten Lambrecht

Dit is een gastbijdrage van Brusselvriend Bram Algoed.

Ongeluk - Bram Algoed

Het is een wrang ritueel geworden. Wanneer ik ‘s avonds thuis kom, vertel ik aan mijn vriendin hoe ik nipt aan een verkeersongeluk ontsnapt ben. Een autobestuurder dacht voorrang te hebben omdat hij zijn richtingaanwijzer gebruikte. Vervolgens vertelt zij mij hoe een taxi aan veel te hoge snelheid uit een zijstraat de hoofdweg opvliegt. De reden waarom wij überhaupt dit gesprek nog konden voeren, is te danken aan haar noodstop. Je kunt het al raden zeker? Wij verplaatsen ons in Brussel met de fiets. Niet omdat wij adrenaline junkies zijn, maar omdat de fiets in ons geval de efficiëntste keuze is. Fietsen in Brussel is op zich al een uitdaging, gezien de erbarmelijke staat van de infrastructuur, de zeven heuvels en het teveel aan gemotoriseerde voertuigen (kuch kuch). We treffen dan ook voldoende maatregelen: we dragen een helm, gebruiken goede fietsverlichting en kleden ons van top tot teen in fluo. Dit blijkt niet te volstaan, want maar al te vaak bazelt de automobilist: “Het spijt me, ik had u niet gezien”. Een betere repliek was geweest: “Ik heb niet gekeken.”

Een ongeval is snel gebeurd

Dat klopt. Zeker ook in het verkeer. Er is veel om op te letten, je bent ook niet altijd even alert, of de infrastructuur is onduidelijk. Een foutje maken is menselijk en een verkeersongeluk kan iedereen overkomen, zij het als slachtoffer, zij het als veroorzaker. Maar beseffen we wel nog wat de gevolgen kunnen zijn van zo’n ongelukje? Weten we allemaal wel dat een auto gemiddeld 1 ton weegt? Een ongelukje met de wagen kan al snel catastrofale gevolgen hebben.

Soms heb ik het gevoel dat een automobilist dit na een tijdje dreigt te vergeten, of dat hij de harde waarheid negeert. Want als je deze gevolgen beseft, haal je dan nog snel een fietser in om vervolgens rechts af te slaan? Probeer je dan een auto zijn voorrang af te snoepen, door hem te overbluffen met jouw snelheid? Scheer je dan en grande vitesse rakelings langs een voetganger?

Veel weggebruikers rekenen erop dat de andere geen fout zal maken, ze gaan er ook vanuit dat ze zelf alles gezien hebben. Negen op tien automobilisten waant zichzelf een betere chauffeur dan het gemiddelde. Dat is statistisch onmogelijk, en dat vat het hele probleem samen. Die grootheidswaanzin leidt tot het idee dat je tot op het randje (of er ver over) kunt gaan, want je stuurmanskunst zal je steeds uit de nood helpen. Hoor je dan geen veiligheidsmarge in te bouwen wanneer je je aan 50 km/u met een voertuig van 1 ton door de bebouwde kom verplaatst?

Een ongeluk zit in een klein hoekje

Waarom spreken we eigenlijk steeds over een ongeluk? Zelfs wanneer de omstandigheden aantonen dat de dader zijn uiterste best heeft gedaan om dit ongeluk uit te lokken. Of heeft de automobilist dan pech gehad toen hij aan 70 km/u in een zone 30 een overstekende voetganger op het zebrapad katapulteerde? Of wanneer je belt achter het stuur? Of je dronken rijdt of een voorrang negeert? Wanneer je even spookrijdt of je zijspiegel negeert?

In vele gevallen gaat het om doodslag, zonder voorbedachte rade. Dit klinkt heel ernstig, maar dat is het vergrijp ook. Wanneer je niet in staat bent om die veiligheidsmarge in te bouwen, wanneer je er niet alles aan wil doen om een ongeluk te voorkomen, kruip je beter niet achter het stuur. Probeer maar eens voor een praktijkexamen te slagen met zo’n rijstijl.

Alle weggebruikers maken fouten, ook voetgangers en de fietsers. In een ideale wereld scheidt de infrastructuur ons allen van elkaar. In afwachting van die utopie kan je toch maar best een veiligheidsmarge inbouwen, zodat zo’n foutje geen fatale gevolgen hoeft te hebben. Haast of comfort zouden nooit boven veiligheid geplaatst mogen worden. Wie een ongeluk veroorzaakt verdient een tweede kans, maar (te)veel slachtoffers krijgen deze niet.

Dit is een warme oproep aan de automobilist, om in deze koude dagen wat meer ruimte te geven aan de zachte weggebruiker.

Verkeersonveilige zones van Brussel: de rode draad by Kwinten Lambrecht

Het opzoekingscentrum voor de Wegenbouw, Espaces Mobilité en het BIVV hebben zonet een studie gepubliceerd die de meest verkeersonveilige plekken van Brussel in kaart brengt. En die plekken zien er zo uit:

12185580_1118212361536354_6760691508318447728_o.png

De gevaarlijkste hotspot van Brussel is de Fonsnylaan: proficiat aan Vorst, het Gewest, en alle andere betrokken partijen voor deze mooie prijs! Ik schreef hier meer dan twee jaar geleden al een stukje over, de 'Fonsny ramp' genaamd. Hoewel ik niet verwacht dat door een blog post van een average Brusselaar er plots dingen veranderen, toont dit vanuit het gebruikersstandpunt aan dat er wel degelijk een groot probleem is. Verder zien we nog enkele toppers zoals de Bockstaellaan, Leuvensesteenweg, Bergensesteenweg, Poelaertplein,... Wat vertelt dit over over onze stad, over ons Gewest?

Onevenwichtigheid als rode draad

Brussel is een puik voorbeeld om aan te tonen dat de balans tussen zachte weggebruikers en de auto totaal zoek is. We hebben geweldig lange en brede boulevards, zoals die op het kaartje mooi beschreven staan, tunnels, parkings op pleinen, enzoverder. Alsof dat niet genoeg is wordt de publieke ruimte'beveiligd' door duizenden paaltjes die voorkomen dat de auto haar expansie verderzet over trottoirs, voetpaden en fietspaden - wat in de meeste gevallen aardig lukt. De blog Destroy BXL, stelt trouwens de inbreuken tegen deze beschermengels vast; wat als daar een mens had gestaan in plaats van een paal? 

destroy.jpg

Die onevenwichtigheid in de publieke ruimte, die expansie, vertaalt zich ook in de oplegging van een snelheidsideologie: Brusselaars zijn niet bang van een straatrace, Brusselaars die op een fiets zitten of te voet oversteken wel.

Het toeval wil net dat op de meeste van deze plekken snelheid geen issue is, dit zijn lanen met twee, drie, vier rijvakken waar chauffeurs het beste van zichzelf mogen geven, nadat ze minutenlang voor het rood licht hebben moeten staan om die verdomde voetgangers te laten oversteken. Het zijn plekken waar voetgangers en auto's die dienen af te slaan tegelijkertijd 'groen' krijgen. Het zijn straten met in het beste geval fietssuggestiestroken. Het zijn de stadssnelwegen.

Brusselaars zijn niet bang van een straatrace, Brusselaars die op een fiets zitten of te voet oversteken wel.

Oplossingen

Touring zal het misschien niet graag horen, maar we zullen het met minder auto's moeten doen. In een stad die gemaakt is op maat van de mens (+ 1.200.000 Brusselaars nu toch al) heeft de brullende auto geen plaats meer. Vandaar dus nogmaals een oproep voor meer transitparkings en minder publieke ruimte voor de wagen op straat. Maak desnoods de openbare parkings (openbaar sic. ze worden uitgebaat door de privé) goedkoper voor bewoners of stel bedrijvenparkings open.

Een tweede voor-de-hand-liggende oplossing is repressief optreden; gebruik de camera's die ooit zullen worden aangewend voor rekeningrijden als controleorgaan voor zondaars, hardrijders en haal ze uit het verkeer. Want zeg nu zelf, hoe vaak heeft de politie uw rijbewijs al eens gecontroleerd?

Ten derde mag Brussel het tweede Leuven worden, zeker niet qua sfeer en gezelligheid (god no!) maar wel qua flitscamera's. Indien je er te hard rijdt vliegen de flitsen er je om het hoofd, een echte strobo-autostrade als het ware. Flitsen werkt. Bang maken werkt. In Zweden bijvoorbeeld bestaat er het 'Vision Zero' programma: iedereen die te snel rijdt wordt onherroepelijk beboet. Zweden staat vol flitspalen. Ter informatie: de hele Brusselse vijfhoek is een zone 30. Stel je voor!

Infrastructuur moet de vierde boosdoener worden voor de wagen. Snelheidsheuvels, een slalom hier en daar, zelfs paaltjes om het verkeer te beletten nog verder uit te wijken dan het al doet. Het kan allemaal helpen.

Zelf nog ideeën? Het is wachten op een concrete uitwerking van een "Masterplan ter bescherming van de Brusselaar". 

Bijdrage over 'schandalig fietspad' in De Standaard & Het Nieuwsblad by Kwinten Lambrecht

Het Nieuwsblad: http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20151023_01935047
De Standaard: http://www.standaard.be/cnt/dmf20151023_01935547
Brusselnieuws: http://www.brusselnieuws.be/nl/nieuws/gezien-fietspadparking-keizerslaan-video

BRUSSEL - De realiteit van de drie kilometer 'fietssnelweg' die trots werd aangekondigd in het prestigieuze mobiliteitsplan voor Brussel: als fietser naar de rijweg uitwijken omdat het fietspad honderden meters lang is ingenomen door geparkeerde wagens, een dubbel geparkeerde wagen ontwijken en vreemd aangekeken worden door een chauffeur die vlak voor je neus op het fietspad parkeert. Brusselaar Kwinten Lambrecht maakte er dit opmerkelijk filmpje van.

"Elke keer als ik hier op de Keizerslaan passeer is het hetzelfde. Dit filmpje werd gemaakt in het weekend rond de middag, maar op een weekdag is het even erg. Sinds het nieuwe fietspad er ligt (vanaf begin juli bij de start van het circulatieplan, red.) heb ik het nog nooit anders geweten."

Fuck-off

Kwinten is teleurgesteld in de stad Brussel. "Ze kondigen zo trots aan dat er 3.000 meter nieuwfietspad komt, maar dit noem ik geen fietspad. Wat streepjes schilderen op een drukke viervaksbaan, dat kan ik ook. Verderop gaat het fietspad dan nog over in een fietssuggestiestrook, dan voel je je als fietser nog minder beschermd."

Nadat hij het filmpje online gooide, werd Kwinten al snel gecontacteerd door het kabinet van een Brusselse politica, maar de reactie vond hij vooral teleurstellend. 'We denken erover na om het fietspad te verhogen, maar we zijn er nog niet uit, dus kan ik verder niks zeggen, was de boodschap. Waarom moet je hier nog over nadenken? Het kan toch niet duidelijker? Hier moet gewoon een verhoogd fietspad komen. De politici moeten gewoon de moed hebben om voor de fietser te kiezen."

De automobilisten aanspreken op hun gedrag levert weinig op. '"Af en toe zeg ik wel iets, maar dan worden ze alleen maar aggressief. Fuck off is nog de beleefdste samenvatting. Controlerende politie of boetes achter de ruitenwissers heb ik hier nog nooit gezien, de politie laat het gewoon gebeuren."

Spookrijden over het fietspad in Rue D'Anderlecht

Ook met de andere nieuwe fietspaden loopt het niet goed voglens Kwinten. "De Rue D'Anderlecht werd enkele richting gemaakt om plaats te maken voor een fietspad. "Maar 's avonds rijden daar voortdurend auto's tegen de toegestane rijrichting in, om over het fietspad door te steken naar de ring."

Toch blijft Kwinten geloven in fietsstad Brussel. "De fiets is gewoon het gemakkelijkste vervoermiddel in de stad. Helaas nog lang niet het veiligste. Maar vijf jaar geleden stond ik aan het rode licht alleen met de fiets. Nu zie je langs alle kanten fietsers van tussen de auto's komen. Voor twintigers is het een evidentie om te fietsen. Het is de toekomst, de Brusselaar moet zijn mentaliteit veranderen, en de politici moeten een beetje moed tonen en échte keuzes maken voor de fiets."

Op zijn site www.lambyk.com blogt Kwinten over mobiliteit in Brussel.

De stadssnelweg by Kwinten Lambrecht

(Ook verschenen in De Morgen en op Zeronaut)

Ze sterven. De fietsende kindjes, de overstekende voetgangers, de roekeloze chauffeurs. Vaak hebben ongevallen een gemeenschappelijke factor: snelheid, té snel.

Ik ben een fietser in Brussel, niet omdat ik me geen auto kan veroorloven maar gewoon omdat het zo sneller gaat, het zo beter is voor mijn longen en die van de stad en omdat er genoeg alternatieven zijn in de stad.

Snelheidsduivels

Als fietser en als stadsmens sta ik er telkens weer van versteld, voel ik opnieuw dat verslagene wanneer ik op een van de grotere avenues van Brussel rijd. Ik denk dan spontaan aan de Zuidlaan, Slachthuislaan, Anspachlaan of de Fonsnylaan. Als je op deze lanen fietst ben je letterlijk in levensgevaar, overal geldt een theoretische snelheidsbeperking van 50 tot zelfs 30 km/u maar de ervaring leert ons dat dit stadssnelwegen zijn. 

Het zijn lanen die, als ze niet worden opgeslorpt door eindeloze files, vooral naar de avond toe en in het weekend gebruikt worden als heuse circuits voor snelheidsduivels. De duiveltjes zoeven dan aan 70, 80 soms 90 kilometer per uur naast je stalen ros. Van de schrik neem je snel het voetpad.

Bruno De Lille, tot op heden nog steeds Staatssecretaris voor mobiliteit, antwoordde doodleuk en misschien wel naïef op een Tweet "waar mag je 70?". Als politici de problematiek van bange, gewonde en in de ergste gevallen zelfs stervende zwakke gebruikers niet onder ogen durven te zien, hoeveel is de stem van een simpele inwoner dan nog waard? Waar blijft de 'leefbaarheid' als Brusselaars worden geterroriseerd door auto's met respectloze en egoïstische bestuurders? 

Billboards

Het Belgisch Instituut Voor Verkeersveiligheid besteedt jaarlijks miljoenen aan billboards op de E40, de E19 en de A12, maar nergens zie je dergelijke posters nog in Brussel of Gent. Je verwacht dat ook niet meer in tijden waarin de helft van de totale wereldbevolking in steden woont. In theorie mag je in Brussel nergens een snelheidsduivel zijn en toch mag je in praktijk heel veel. Op de 'lanen des doods' is er welgeteld één flitspaal, en uiteraard kent iedereen die. Chauffeurs die in Leuven rijden weten dat ze op elke hoek van de straat op hun hoede moeten zijn, want heel de stad staat vol flitspalen. Mensen passen automatisch hun snelheid aan omdat Leuven erom gekend is je te flitsen waar je bij staat. In Brussel geeft de straffeloosheid op heel wat vlakken vleugels, the sky is the limit.

Drijfzand 

Je kan je afvragen welke politici gekant zouden zijn tegen de veiligheid van 'hun' burgers. Hoe is het te verantwoorden dat de dingen blijven zoals ze zijn, terwijl andere steden zo snel evolueren? Er is een groot draagvlak voor flitspalen en een repressiever beleid, dat bewees de 'Ik Flits Mee' campagne met meer dan 50 000 inzendingen. Waar loopt het mis? Is het de autolobby, zijn het de buurtbewoners die graag in het lawaai van brullende auto's leven, is er geen budget? 

"Het is Brussel en je moet het erbij nemen", ik wil dat niet meer horen. Laat deze stad die ooit op de oevers van een moeras werd gebouwd geen drijfzand worden voor zij die Brussel in hun hart dragen.

Eindelijk fietspaden in Brussel via crowdfunding? by Kwinten Lambrecht

fietspad.jpg

Fietsen in Brussel is geen sinecure. De vrienden van de auto zijn overal koning en ook de fietsethiek, zoals we die in voorbeeldsteden Kopenhagen of Amsterdam kennen, is verre van omarmd. De Brusselse gemeenten en het Gewest zijn al sinds jaar en dag verwikkeld in mobiliteitsvetes en dat speelt vooral de burger parten. Joost Vandenbroele, de bezieler van het Growfunding project ‘Geef jezelf een fietspad cadeau’ vindt het welletjes geweest en sleept daarom het Gewest voor de rechter. Brusselaars willen niet enkel fietsen voor het plezier, maar ook om de stad leefbaarder, properder en aangenamer te maken. Ik ging op gesprek met Joost Vandenbroele, de bezieler van het project.

Waar komt je idee vandaan?

De inspiratie komt van een tekst die iemand me vorig jaar opstuurde. In die tekst vertelt Fransman Pascal Legrand hoe hij er was in geslaagd om via Europese wetgeving rond luchtkwaliteit de aanleg van een fietspad af te dwingen bij de rechtbank. Hij roept in die tekst ook andere fietsers in Europa op om hetzelfde te doen. Ik ging aan de slag en vond na lang zoeken een advocaat die mij bro bono bijstaat en mij overtuigde om hiermee verder te gaan.
De aanleiding om iets te doen, was toen het feit dat een lokaal gemeentebestuur hier in Brussel het aandurfde om de aanleg van een fietspad op de kleine ring – op de Poincarélaan – om vage politieke redenenen tegen wilde houden. De ene overheid wilde eraan beginnen, maar kreeg dus niet de toestemming van die andere, gewestelijke, overheid. Beleidsversnippering en politieke geruzie, waar fietsers vaak de dupe van zijn. Ik was echt kwaad. Ik dacht ik stapt naar de rechter. Maar dat doe je natuurlijk niet zomaar.

Hoe gaat zo’n juridische procedure in zijn werk? Is 5500 euro ‘genoeg’ om te slagen?

Er is vandaag voor dit project al wat juridisch vooronderzoek gedaan, en daaruit blijkt dat er verschillende pistes zijn die onderzocht kunnen worden. Het eerste doel van het project is een juridische analyse van het ‘recht op fietspaden’ in het Brussels Gewest, vandaag en morgen. We onderzoeken ook of het mogelijk is om zo’n recht op fietspaden af te dwingen in de toekomst. Bestaat er dus zoiets als een rechtstreeks dan wel onrechtstreeks recht op fietspaden? Om zoiets ter dege te onderzoeken is er heel wat werk nodig. Er zijn verschillende opties tot concrete actie mogelijk. Ofwel wetgevende actie: we kunnen voorstellen en ideeën voorleggen aan parlementairen en vragen om die in te voegen in de bestaande regelgeving. Of er is juridische actie: we zoeken een specifieke belanghebbende partij bij een concreet project en ondersteunen die juridisch met de onderzochte elementen, om een juridisch precedent te creëren. Of het doelbedrag van onze crowdfundingcampagne, 5.500 euro, genoeg zal zijn, zullen we nog wel zien. We kunnen er alleszins een aantal heel belangrijke stappen mee zetten. Een stevig publiek debat, waarin we meer en kwaliteitsvoller ruimte voor fietsers op de agenda zetten, dat lukt zeker. Daarom dat ik ook inzet op het verzamelen van beeldmateriaal.

Op weke manier(en) wil je het project promoten?

Ik heb me kunnen inschrijven in een crowdfundingplatform van de HUB, en dat helpt me alvast enorm om op de correcte manier mensen te vragen om het project financieel te ondersteunen. Naast mij aanwezigheid op die platformwebsite van Growfunding is er ook een Facebook pagina die ik levendig probeer te houden: Offrez-vous un bout de piste, of Geef jezelf een stuk fietspad cadeau. Daarnaast geloof ik toch vooral in persoonlijke contacten. Ik vind dat belangrijk om af te toetsen wat de sterktes en zwaktes zijn van dit project. Hoe staan de mensen tegenover dit initiatief? Ik vraag ook altijd aan mensen of ze het project kunnen uitdragen, of ze ‘ambassadeur’ van het project willen zijn. En om dit toch wel abstracte idee een gezicht te geven, heb ik ervoor gekozen om mijn naam en mijn persoonlijk verhaal ook in de boodschap mee te geven.

Welke doelgroep beoog je?

In de eerste plaats de fietsers in Brussel natuurlijk. Maar in het algemeen gaat het toch om een project dat de leefbaarheid in Brussel wil verhogen, dus ik richt met tot mensen die geloven in het leven in een grootstad. In tweede instantie richt ik me dus ook mensen die buiten Brussel wonen, rond de stad of in andere steden. Want net zoals Pascal Legrand heeft gedaan in Frankrijk, wil ik ook graag dat het juridisch werk zal kunnen dienen voor andere plaatsen. Maar starten doen we dus in Brussel. Onze stad heeft echt veel meer zichtbare en kwaliteitsvolle fietspaden nodig. 40% van de Brusselse gezinnen heeft minstens één fiets thuis, maar de meesten durven die niet gebruiken omdat ze nergens een degelijk fietspad zien.

Welke buurt, welke straat zou je meteen willen voorzien van fietspaden?

Ik richt me in eerste instantie tot de gewestwegen en tot de grote assen. Dat je op de kleine ring rond Brussel nog altijd niet veilig kunt fietsen, vind ik echt ongelofelijk. Ook de middenring – Van Praet, Lambermont, Montgomery, Generaal Jacques – moet als grote as een veilig fietspad hebben. Plaatsen waar je leven riskeert of mensen ontmoedigt om op de fiets te springen, moeten echt verdwijnen. Heel persoonlijk – en ik denk dat iedereen wel zo’n straat in zijn achterhoofd heeft – wil ik ook graag kunnen fietsen op de Brabantstraat. Dat er wel plaats is voor twee rijstroken parkeerplaatsen en tweerichtingsverkeer, maar niet voor een fietspad, geloof ik niet. Ik hoop dat een rechter mij op een dag gelijk gaat geven over al die frustraties.

Hoeveel fietspaden (kilometers, straten,…) zouden kunnen afgedwongen worden?

Daar kan ik vandaag nog geen antwoord op geven. Maar als ik beoogde doelbedrag van 5.500 euro bijeenkreeg, dan beloof ik alvast 550 meter ‘symbolisch’ fietspad. Al is dat eigenlijk wel heel weinig, bedenk ik nu. Veel, dus.

Geloof je dat Brussel ooit op ‘het niveau’ van de meeste Nederlandse steden zal komen? 

Ik denk dat we best beginnen met naar Brussel zelf te kijken, en dat we het met iedereen eens moeten over het feit dat het hier een stuk beter kan als het op fietsinfrastructuur en fietsveiligheid aankomt. Als ik enkele maanden geleden een Brussels parlementslid nog hoor zeggen “dat die fietsers nu stilaan genoeg fietspaden hebben gekregen” en dat de aanleg van fietspaden aan de oorzaak liggen van de fileproblemen in onze stad, dan word ik kwaad en besef ik dat er nog veel werk is. Ik denk ook dat het moeilijk is om over Brussel in algemene termen te spreken. We moeten een visie hebben op hoe we ons op een gemakkelijke manier van punt A naar B kunnen bewegen binnen Brussel, maar ook tussen Brussel en de rand rond Brussel. Fietsen in het zuiden en in het centrum van Brussel, is iets anders dan fietsen van het zuiden naar het noorden bijvoorbeeld. Zelf vind ik de fiets het verplaatsingsmiddel bij uitstek, om de gekende redenen: fietsen gaat snel, is gezond en goedkoop, en is niet belastend voor het milieu. Maar elke straat, wijk of fietsas heeft zijn specificiteit, al moeten we het met iedereen over één ding toch eens zijn: er moeten meer veilige fietspaden komen. Brussel blijft ook stad met meer dan 1 miljoen inwoners, waar veel functies en mensen moeten samenleven. Vergelijken met veel kleinere steden als Gent, Amsterdam, Kopenhagen, … gaat dus eigenlijk niet helemaal op.

HET PROJECT IS ONDERTUSSEN HELEMAAL GEFINANCIERD, MEER UPDATES VOLGEN LATER